Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het eerste middel
Bewijsoverweging
[schip]vanuit de haven van Turbo (Colombia) vertrokken naar de haven van Antwerpen (België). Aan boord bevond zich een lading, bestaande uit 96 pallets met 4.608 dozen Premium Baccota bananen (hierna: de lading). Volgens het in Colombia afgegeven
Certificado de Circulationwas de lading bestemd voor [A] B.V. in Rotterdam. Uit bijkomende gegevens bleek dat als contact van [A] B.V. was opgegeven [betrokkene 1] met (onder meer) het telefoonnummer [telefoonnummer 1] .
'Twee van ons tillen ze eraf, twee van ons kijken en de andere twee maken ze netjes, want morgen worden ze verkocht'.
na de PM, ja’. [mededader 3] vraagt of de [001] op de lijst staat.
'baas'is, bepaalt welke dozen worden geopend en dat het
'zijn klus'is. [mededader 3] , [mededader 4] en [mededader 5] bespreken dat
'het'er niet in zit, maar dat het eruit ziet alsof er iets in heeft gezeten. [mededader 3] zegt tegen [mededader 5] ‘
Kijk, luister, als jouw mensen thuis zeggen, dat is de code, dit is de code, we kijken, er zit niets in..'.
'mijn mensen, nee....'waarop [mededader 4] antwoordt
'nee, nee, de andere mensen'en [mededader 3] zegt '
begrijp je, dat ze zijn gekomen en hebben genomen en daarna weer ingepakt'.
'Is het mijn baas 'krchtt', je weet wel... 'waarop [mededader 1] zegt
'Ja, de mijne, ik ook'en [mededader 3] weer zegt
'hetzelfde geldt voor jou, hetzelfde geldt voor jou'.
'genaaid/geript ofzo'.
'with Charlie in it’, dat in de auto is gelegd. Ook met [mededader 6] wordt dit besproken. [mededader 4] spreekt over
"flake".
Charlieen
flakewordt in het drugscircuit cocaïne bedoeld.
'Als de douane het had gestolen, zouden ze nu hier binnen zijn en wij zouden vastzitten'.[mededader 3] zegt
'Als de douane het uit de haven heeft gehaald, ja? Hebben ze het er om één reden uitgehaald. Ze zullen naar ons kijken en denken, hij, hij, hij, zijn slechts kleine visjes, kleine visjes en ze kijken en zullen proberen grotere vissen op te pakken, begrijp je?’.[mededader 5] zegt
'Het is de Belgische douane, ze kunnen hier naartoe komen om ons dit te laten doen, weet je, misschien is het onderzoek begonnen’.Ook [mededader 1] spreekt over de Belgische douane. Hij oppert dat de Belgische douane contact kan opnemen met Holland.
'welke boot? Seatrade, NikeCool, Starr'en
'BV. 96 pallets p. week t/m dec’.Sea Trade en NykGool zijn namen van rederijen met schepen die varen op Turbo (Colombia). De hoeveelheid vermelde pallets is hetzelfde als die van het onderhavige transport.
'2 gelost, 2 staan er al. Alle pallets lijken origineel, je hartslag kan omlaag'
'Ik ga niet weg zonder mijn deel bro. Heb hard gewerkt en aan het front gestaan!'en
'Het ziet er slecht uit, ze kunnen niks vinden'
eenhoeveelheid cocaïne in de loods, […] dat niet zonder meer mee [brengt] dat hij tevens
dezehoeveelheid als medepleger opzettelijk aanwezig zou hebben gehad als bedoeld in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet, aangezien de dozen met opgegeven nummers juist niet door hem en medeverdachte [mededader 1] waren gevonden. Dat maakt de bewezenverklaring tevens innerlijk tegenstrijdig. Dat klemt temeer, daar het een feit van algemene bekendheid is dat vaak verschillende groepen hun eigen hoeveelheden cocaïne vaak per zelfde schip binnen brengen”.
“Dit subjectieve punt en de onbegrijpelijke overweging omtrent ‘de verzendende partij’ en ‘onwetendheid’ in het aangevallen arrest”is volgens de steller van het middel
“voor betwisting vatbaar en kan niet zonder meer aan de aangevallen beslissing ten grondslag worden gelegd”.Het onbegrijpelijke oordeel van het hof geeft, mede in het licht van het voorgaande en al hetgeen namens verdachte is aangevoerd, blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet toereikend gemotiveerd, aldus de steller van het middel.
“of ze zijn 'genaaid/geript ofzo'”, [1] is dat oordeel niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd, ook in het licht van hetgeen namens de verdachte is aangevoerd. Van een onjuiste rechtsopvatting getuigt dat oordeel evenmin. Voor zover in het middel wordt geklaagd dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet zonder meer blijkt dat de verdachte (voorwaardelijk) opzet had op de invoer en het aanwezig hebben van cocaïne in de lading bananen, faalt het.
NJ2017/460 m.nt. N. Rozemond. Volgens de steller van het middel voldoet de motivering van het hof niet aan die verzwaarde eisen, mede in het licht van hetgeen namens de verdachte is aangevoerd.
NJ2017/460 m.nt. N. Rozemond was – kort gezegd – bewezenverklaard dat de verdachte
“in de periode van 29 november 2013 tot en met 30 november 2013”de invoer van cocaïne heeft medegepleegd en
“op 30 november 2013”de uitvoer van cocaïne heeft medegepleegd. De Hoge Raad oordeelde dat de bewijsvoering van het hof zonder nadere ontbrekende motivering, onvoldoende grond bood voor zijn oordeel dat de verdachte in de bewezenverklaarde periode het bewezenverklaarde feit heeft medegepleegd. Daartoe wees de Hoge Raad op de vaststellingen van het hof die erop neerkwamen dat de rol van de verdachte bestond uit het “
vanaf 3 december 2013”veiligstellen van de zending cocaïne ten behoeve van het verdere vervoer en/of de verspreiding van die cocaïne. De Hoge Raad oordeelde vervolgens: “Nu het Hof niets naders heeft overwogen over de betrokkenheid van de verdachte in de periode voorafgaand aan 3 december 2013, volstaan die vaststellingen, mede gelet op hetgeen hiervoor onder 2.3 is vooropgesteld over de bewijsmotivering in zulke situaties, niet zonder meer voor het bewezenverklaarde medeplegen op kort gezegd 29 en 30 november 2013”. In paragraaf 2.3 heeft de Hoge Raad onder verwijzing naar eerdere rechtspraak – kort gezegd – vooropgesteld (a) dat de bijdrage van de medepleger in de regel wordt geleverd tijdens het begaan van het strafbare feit in de vorm van een gezamenlijke uitvoering van het feit, maar dat de bijdrage ook kan zijn geleverd in de vorm van gedragingen voor en/of tijdens en/of na het strafbare feit en (b) dat indien het hoofdzakelijk gaat om gedragingen die na het strafbare feit zijn verricht, in de bewijsvoering aandacht moet worden besteed aan de vraag of wel zo bewust en nauw is samengewerkt bij het strafbare feit dat van medeplegen kan worden gesproken, in het bijzonder dat en waarom de bijdrage van de verdachte van voldoende gewicht is geweest, en dat een geringe rol of het ontbreken van enige rol in de uitvoering van het delict moet worden gecompenseerd, bijvoorbeeld door een grote(re) rol in de voorbereiding.
verlengdeinvoer van drugs en (ii) de handelingen die de verdachte heeft verricht bestaan uit het veiligstellen van de zending drugs ten behoeve van het verdere vervoer en/of de verspreiding daarvan, de gedragingen van de verdachte reeds daardoor
“hoofdzakelijk na het strafbare feit zijn verricht”(en derhalve een nadere motivering is vereist met betrekking tot de bewuste en nauwe samenwerking). Ik lees die opvatting niet terug in het arrest van 17 oktober 2017. In de eerste plaats niet omdat het in die zaak simpelweg niet ging om de verlengde invoer van drugs, maar de ‘gewone’ daadwerkelijke invoer. In de tweede plaats omdat er in die zaak een ‘gat’ zat tussen de datum waarop de bewezenverklaarde feiten daadwerkelijk waren gepleegd (29 en 30 november 2013) en de - uit de bewijsvoering blijkende - gedragingen van de verdachte (die pas plaatsvonden vanaf 3 december 2013). Een dergelijk ‘gat’ kan alleen worden overbrugd met een nadere motivering. In de onderhavige zaak is van zo’n ‘gat’ geen sprake. Bewezenverklaard is dat de verdachte in de periode van 18 november 2016 tot en met 8 december 2016 de verlengde invoer van cocaïne en het aanwezig hebben daarvan heeft medegepleegd. Anders dan in het arrest van de Hoge Raad van 17 oktober 2017, blijkt uit de bewijsvoering niet dat de gedragingen van de verdachte hoofdzakelijk na die periode zijn verricht. Integendeel, zijn gedragingen zijn verricht op 8 december 2016 en derhalve binnen de bewezenverklaarde periode.
“geen weet had van de route van het voorafgaande transport naar Nederland en dat derhalve geen aanmerkelijke kans aanwezig was dat het cocaïne betrof in plaats van bananen of contrabande”faalt het reeds gelet op de hiervoor onder randnummer 2.9 geformuleerde gronden.
“genaaid/geript ofzo”.Om 17.50 uur is de politie de loods binnengevallen en zijn de acht verdachten om 18.10 uur aangehouden. De verdachte had op dat moment een BlackBerry PGP-telefoon bij zich. Deze moest hij gebruiken in de loods en heeft hij gekregen voor deze “klus”. In de loods bevond zich in de nabijheid van de pallets de hiervoor bedoelde Fiat Ducato. Daarvan stond de achterdeur, die toegang gaf tot de laadruimte, wijd open en was gevuld met nieuwe, lege, voor gebruik gereed zijnde gevouwen verhuisdozen.
“intensieve voorbereiding bij (de voorbereiding van) het verdere vervoer (de verlengde invoer)”van de cocaïne vereist.
3.Het tweede middel
primairtenlastegelegd dat:
Oordeel van het hof
medeplegersamen met anderen schuldig gemaakt aan de verlengde invoer en het aanwezig hebben van een hoeveelheid cocaïne, die verborgen was in een lading bananen afkomstig uit Colombia.
nietals doel hadden een geringe hoeveelheid cocaïne veilig te stellen maar wel degelijk rekening hielden met een grote hoeveelheid van dit verboden middel, leidt het hof af uit een aantal omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien.