ECLI:NL:HR:2019:2003
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt heffing inkomstenbelasting over nabetaling salaris in 2014
Belanghebbende, die eervol ontslag kreeg en in het kader van rechtsherstel een nabetaling van salaris over de periode 2009-2013 ontving, stelde dat deze nabetaling fiscaal moest worden toegerekend aan de jaren waarin het salaris oorspronkelijk was verschuldigd, omdat de bedragen in die jaren rentedragend zouden zijn geworden.
Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat de nabetaling in 2014 is genoten en dus in dat jaar belastbaar is, en dat het verschuldigd worden van wettelijke rente niet valt onder het begrip 'rentedragend geworden' in artikel 3.146 Wet IB 2001.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verduidelijkt dat rentedragend worden inhoudt dat een vordering liquide is en uitstaat onder genot van rente, en dat het enkel verschuldigd zijn van wettelijke rente wegens vertraging niet voldoende is. De klachten van belanghebbende worden ongegrond verklaard.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de nabetaling salaris is belastbaar in 2014.