Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
–bij gebreke van aanwijzingen van het tegendeel
–besloten lag dat in het geenszins onwaarschijnlijke geval dat een bewoner tijdens de inbraak zou thuiskomen, tegen hem of haar enig beperkt geweld zou worden gebruikt om te ontkomen, zoals een duw en/of een enkele klap, al dan niet met behulp van die inbrekerswerktuigen.
Het hierop gebaseerde oordeel van het hof dat de verdachte de aanmerkelijke kans heeft aanvaard op het gebruik van het bewezenverklaarde geweld – bestaande uit het met kracht tegen een deur duwen van [slachtoffer] en het met de ijzeren staaf tegen diens voorhoofd slaan als gevolg waarvan deze een behoorlijke bult op zijn hoofd opliep, waaruit bloed kwam, en een bonkende pijn ontstond – omdat het plegen van dit geweld onderdeel was van het door de verdachte met zijn mededaders uitgevoerde plan, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd.
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
5.Beslissing
17 november 2020.