Uitspraak
[X]te
[Z], Verenigd Koninkrijk(hierna: belanghebbende), en de inspecteur van de Belastingdienst (hierna: de Inspecteur), waarin de
Rechtbank Zeeland-West-Brabant(hierna: de Rechtbank) bij uitspraak van 1 augustus 2016, nr. BRE 15/6759 tot en met 15/6762, op de voet van artikel 27ga van de Algemene wet inzake rijksbelastingen vragen aan de Hoge Raad heeft voorgelegd ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing. De uitspraak van de Rechtbank is aan deze beslissing gehecht.