Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats],
gevestigd te Den Haag,
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
G. Snijders, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op
7 februari 2020.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak heeft [eiseres] B.V. cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin het hof haar vordering had afgewezen. De kern van het geschil betrof de vraag of er een verplichting bestond tot voortzetting van onderhandelingen tussen partijen en de rol van onvoorziene omstandigheden daarbij.
De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instanties naar eerdere uitspraken van de rechtbank Den Haag en het gerechtshof Den Haag. Bij de beoordeling van het cassatieberoep heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de klachten van eiseres niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het hof te toetsen omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en veroordeelde eiseres in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest werd gewezen door de vicepresident en raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.