Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het middel
[hennep, PF], zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, terwijl dit gepleegde feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten 320 hennepplanten en 182 (zogenaamde) moederplanten (hennep) en 1477 hennepstekken en ongeveer 1200 gram hennep);
1. Hetproces-verbaal aantreffen hennepkwekerij(als bijlage op pagina ’s 271 e.v. van het proces-verbaal, genummerd PL0600-2016276309-1), door [verbalisant 1] , brigadier van politie, voor zover inhoudende:
4.Het proces-verbaal van observatie maandag 06 juni 2016(als bijlage op pagina’s 82 e.v. van het proces-verbaal, genummerd OTPV.20160606. [c-straat 1] ), door [verbalisant 6] , inspecteur van politie, en meerdere niet met naam genoemde verbalisanten, voor zover inhoudende:
5. De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van de. meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland van 23 oktober 2017, voor zover inhoudende:
het hof begrijpt: [b-straat 1]] te [plaats] . Aldaar zit een bedrijf gevestigd die opslagboxen verhuurd.
Feiten en omstandigheden
eldersgelegen ruimte was ingericht.
waarinlater een kwekerij wordt aangetroffen. Uit die jurisprudentie blijkt dat voor de bewezenverklaring van die vorm van medeplichtigheid is vereist dat de medeplichtige voldoende wetenschap heeft (of had moeten hebben) van hetgeen zich in die door hem beschikbaar gestelde ruimte afspeelt. [3] Soms kan die wetenschap uit door de feitenrechter vastgestelde, en in onderling verband en samenhang beschouwde, feiten en omstandigheden worden afgeleid. [4] De
enkeleomstandigheid dat het ter beschikking stellen van de ruimte in meer of mindere mate onder dubieuze omstandigheden heeft plaatsgevonden, is in de regel niet toereikend voor het vaststellen van het voor medeplichtigheid vereiste opzet. [5] Er is geen reden om aan te nemen dat deze in de jurisprudentie uitgezette lijnen niet ook zouden gelden voor zaken als de onderhavige, waarin de voor medeplichtigheid veroordeelde verdachte aan de teler/kweker een ruimte ter beschikking stel met behulp waarvan de later,
eldersaangetroffen kwekerij kon worden gefaciliteerd.
- pag. 8)
- Shurgard, [b-straat ] [plaats]
- […]
(quod non; PF)niet afdoet dat DNA-materiaal van de verdachte is aangetroffen op een theeglas dat in kweekruimte C is aangetroffen, temeer nu het hof het verweer van de verdachte dat dit glas misschien door [medeverdachte] mee naar boven is genomen in het midden heeft gelaten en geen beslissing heeft genomen op dit alternatieve scenario.