Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
26 november 2021.
Hoge Raad
Partijen zijn gescheiden ouders van een minderjarig kind. De vrouw verzocht om vaststelling van kinderalimentatie die de man moet betalen. De rechtbank stelde de alimentatie vast met ingang van de datum van het verzoekschrift, 26 maart 2019. Het hof vernietigde deze beschikking en bepaalde de ingangsdatum op de datum van zijn beschikking, 25 november 2020, vanwege de lange procedureduur en financiële situatie van de man.
De vrouw verzocht het hof om verbetering van deze ingangsdatum op grond van artikel 31 Rv Pro, stellende dat sprake was van een kennelijke fout. Het hof wees dit verzoek deels toe en stelde de ingangsdatum op 25 november 2020. De vrouw stelde cassatieberoep in tegen deze herstelbeschikking.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof buiten het toepassingsgebied van artikel 31 Rv Pro was getreden omdat niet duidelijk was wat het hof precies had bedoeld met de ingangsdatum. De Hoge Raad vernietigde de herstelbeschikking en de beschikking van het hof voor zover het de ingangsdatum betrof. Gezien de lange duur van de procedure in eerste aanleg en de draagkrachtberekening stelde de Hoge Raad de ingangsdatum van de kinderalimentatie vast op 6 februari 2020, de datum van de beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: De Hoge Raad stelt de ingangsdatum van de kinderalimentatie vast op 6 februari 2020, de datum van de beschikking van de rechtbank.