ECLI:NL:HR:2021:1787
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2010
Belanghebbende was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2010, inclusief een boetebeschikking en heffingsrente. Na eerdere procedures bij het Gerechtshof Amsterdam en verwijzing naar het Gerechtshof Den Haag, stelde belanghebbende beroep in cassatie in tegen de uitspraak van het Hof.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het Hof. Omdat de beoordeling van deze middelen geen vragen opriep die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, was een nadere motivering niet vereist.
De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af en zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Hiermee is het arrest van het Gerechtshof Den Haag in stand gebleven en is het geschil over de navorderingsaanslag definitief beslecht.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag blijft in stand.