Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
465.000,00(2 leningen).
€ 1.088.085+
Gerechtshof Amsterdam
De inspecteur legde op 14 april 2016 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) op voor het jaar 2010, gebaseerd op een belastbaar inkomen van ruim €1,1 miljoen. Belanghebbende betwistte de aanslag en de daarbij opgelegde vergrijpboete. De rechtbank Noord-Holland oordeelde op 1 oktober 2018 dat de navorderingsaanslag buiten de navorderingstermijn was opgelegd en vernietigde deze inclusief de boete en heffingsrente. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade en proceskosten.
In hoger beroep bevestigde het Gerechtshof Amsterdam deze uitspraak. Het hof overwoog dat de navorderingstermijn van vijf jaar niet verlengd kan worden met de duur van een verleend uitstel voor het doen van aangifte indien de aangifte reeds vóór het uitstelverzoek was ingediend. De inspecteur had de aangifte voor 2010 ontvangen op 25 maart 2011, terwijl het uitstelverzoek pas op 27 april 2011 werd ingediend. Hierdoor was de navorderingstermijn niet verlengd en was de aanslag van 14 april 2016 te laat opgelegd.
Het hof nam de uitgebreide motivering van de rechtbank over en wees het standpunt van de inspecteur af dat de navorderingstermijn wel verlengd zou zijn. De gevolgen van de door de Belastingdienst gekozen uitstelregeling komen voor rekening van de inspecteur. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De uitspraak bevatte ook een toelichting op de vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn en de proceskostenveroordeling. De zaak kan nog in cassatie worden aangevochten bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2010 is buiten de navorderingstermijn opgelegd en daarom vernietigd.