Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
4.Beslissing
9 februari 2021.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 9 februari 2021 het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch vernietigd dat de verdachte had veroordeeld voor gewoontewitwassen van grote geldbedragen. Het hof had de bewezenverklaring mede gebaseerd op een relaas van bevindingen van een verbalisant over afgeluisterde gesprekken (OVC-gesprekken) waarin de verdachte wetenschap zou hebben van de herkomst van geldbedragen uit drugshandel van zijn zoon.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof in de aanvulling met bewijsmiddelen een verklaring gebruikte die ontoelaatbare conclusies bevatte zonder de relevante onderdelen van de processen-verbaal waarin de afgeluisterde gesprekken waren weergegeven, op te nemen. Ook verwees het hof onvoldoende nauwkeurig naar de feiten en omstandigheden die aan die conclusie ten grondslag lagen.
De Hoge Raad benadrukte dat op grond van artikel 359 lid 3 Sv Pro de bewezenverklaring moet steunen op bewijsmiddelen die redengevende feiten en omstandigheden bevatten en dat deze in het vonnis of de bewijsmiddelenaanvulling moeten worden opgenomen of nauwkeurig worden aangeduid. Omdat het hof hieraan niet voldeed, was het oordeel ontoereikend gemotiveerd.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en wees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting en beslissing. De bespreking van het eerste cassatiemiddel werd achterwege gelaten vanwege de vernietiging op het tweede middel.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende motivering van de bewezenverklaring.