Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
29 juni 2021.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin vervangende hechtenis werd opgelegd die de duur van de niet tenuitgevoerde voorwaardelijke gevangenisstraffen overschreed. Het hof had taakstraffen opgelegd ter vervanging van de voorwaardelijke gevangenisstraffen, met daarbij vervangende hechtenis van respectievelijk 6 en 15 dagen, terwijl de oorspronkelijke niet uitgevoerde vrijheidsstraffen respectievelijk 3 dagen en 1 week bedroegen.
De Hoge Raad oordeelde dat de wet niet toestaat dat vervangende hechtenis langer duurt dan de niet tenuitgevoerde vrijheidsstraf. Dit volgt uit een redelijke uitleg van artikel 14g lid 1 (oud) Sr en artikel 22d Sr. De Hoge Raad vernietigde daarom het gedeelte van het arrest dat de duur van de vervangende hechtenis bepaalde en stelde zelf de duur vast op respectievelijk 3 dagen en 1 week.
Daarnaast merkte de Hoge Raad op dat een dergelijke onmiddellijk kenbare fout bij voorkeur door de rechter die de zaak behandelde hersteld dient te worden, om duidelijkheid te scheppen over de strafoplegging. Tot slot constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn van behandeling was overschreden, maar verbond hieraan geen verdere rechtsgevolgen.
De Hoge Raad wees het beroep voor het overige af en bevestigde hiermee de overige onderdelen van het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de duur van de vervangende hechtenis zodat deze niet langer is dan de niet tenuitgevoerde vrijheidsstraf.