Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
Voor het incidentele hoger beroep is de Inspecteur geen griffierecht verschuldigd geworden (artikel 8:110, lid 5, Awb).
Hoge Raad
Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen. De inspecteur stelde incidenteel hoger beroep in, maar trok dit tijdens de zitting bij het hof in. Het hof verklaarde het hoger beroep van belanghebbende ongegrond en zag geen aanleiding om proceskosten of griffierecht te vergoeden.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte geen proceskostenvergoeding toekende aan belanghebbende voor het incidentele hoger beroep dat door de inspecteur werd ingetrokken. Volgens de Awb moet het bestuursorgaan dat het incidentele hoger beroep intrekt, worden veroordeeld in de proceskosten die de wederpartij daardoor maakt, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen.
Omdat belanghebbende zich ter zitting liet vertegenwoordigen door een beroepsmatige gemachtigde en het hof dit niet heeft gemotiveerd, vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het proceskosten betreft. De inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten voor het incidentele hoger beroep en de staatssecretaris in de proceskosten voor het cassatieberoep. Tevens wordt het griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De Hoge Raad veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van proceskosten na intrekking van het incidentele hoger beroep en de staatssecretaris tot vergoeding van griffierecht en cassatiekosten.