ECLI:NL:HR:2022:1371

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 oktober 2022
Publicatiedatum
6 oktober 2022
Zaaknummer
21/01889
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 9 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt geen recht op nabetaling onregelmatigheidstoeslag over vakantie-uren

In deze zaak heeft Trigion Beveiliging cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam dat oordeelde over het recht van een werknemer op nabetaling van onregelmatigheidstoeslag over vakantie-uren. De vraag was of deze toeslag al was gecompenseerd in de latere CAO Particuliere Beveiliging 2017 en of een loonvordering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was.

De Hoge Raad heeft het beroep van Trigion verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd. De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om de klachten inhoudelijk te motiveren omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Daarnaast veroordeelde de Hoge Raad Trigion in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee is bevestigd dat de werknemer geen aanspraak kan maken op aanvullende onregelmatigheidstoeslag over vakantie-uren buiten de afspraken in de CAO.

De procedure werd gevoerd door advocaten van beide partijen, en de conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep. Het arrest werd gewezen door de raadsheren Tanja-van den Broek, Lock en Schaafsma en in het openbaar uitgesproken door Lock op 7 oktober 2022.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Trigion wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd, geen recht op nabetaling onregelmatigheidstoeslag over vakantie-uren.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/01889
Datum7 oktober 2022
ARREST
In de zaak van
TRIGION BEVEILIGING B.V.,
gevestigd te Schiedam,
EISERES tot cassatie,
hierna: Trigion,
advocaat: A.H.M. van den Steenhoven,
tegen
[werknemer],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [werknemer],
advocaat: M.S. van der Keur.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak 6595033 CV EXPL 18-1798 van de kantonrechter te Amsterdam van 21 januari 2019;
het arrest in de zaak 200.261.801/01 van het gerechtshof Amsterdam van 2 februari 2021.
Trigion heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[werknemer] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Trigion in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de
zijde van [werknemer] begroot op € 421,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, F.J.P. Lock en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
7 oktober 2022.