Conclusie
Williams c.s./BA)). Op grond van de CAO PB 2017 is de werkgever daartoe wel (weer) verplicht. In de CAO BP 2017 is in art. 42 daarnaast Pro een loonsverhoging van 0,5% opgenomen ter compensatie van het inkomensverlies van wijzigingen in voorgaande cao’s. Vanwege de nietigheid vordert werknemer in deze procedure nabetaling van onregelmatigheidstoeslag over opgenomen vakantie-uren. Staat art. 42 van Pro de CAO PB 2017 in de weg aan de toewijzing van de loonvordering? Nee, volgens het hof en toewijzing is ook niet in strijd met de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid in dit geval. In cassatie wordt opgekomen tegen de wijze waarop het hof art. 42 van Pro de CAO PB 2017 heeft uitgelegd en het oordeel dat toewijzing van de loonvordering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is. Ik zie deze klachten geen doel treffen.
primair€ 4.776,15 bruto (de uitkomst van de berekening over drie periodieken) en
subsidiair€ 4.442,21 bruto (de uitkomst van de berekening over 13 periodieken). Verder vorderde werknemer de wettelijke verhoging van 50% over het toe te wijzen bedrag, afgifte van deugdelijke bruto/netto specificaties, buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente. Ook vorderde werknemer veroordeling van werkgever tot betaling van de ORT over verlof vanaf loonperiode 1 van 2017 tot het dienstverband rechtsgeldig is geëindigd. Tot slot vorderde werknemer veroordeling van werkgever in de proceskosten.
primair, indien de vorderingen van werknemer zouden worden toegewezen, voor recht te verklaren dat de gevolgen van de terugwerkende kracht worden ontzegd aan enige nietigheid of vernietiging van art. 66 lid 1 CAO Pro PB en dat op hem geen verplichting tot ongedaanmaking rust.
Subsidiairvorderde werkgever voorwaardelijk een bedrag gelijk aan de aan werknemer toe te wijzen bedragen als schadevergoeding toe te kennen, omdat werknemer daarmee ongerechtvaardigd verrijkt wordt.
4. Beslissing
2.Bespreking van het cassatiemiddel
DSM/ […] [13] . Uitleg aan de hand van de cao-norm behelst op grond van dit arrest geen zuiver grammaticale uitleg. De omstandigheden van het geval, gewogen aan de hand van de redelijkheid en billijkheid, zijn beslissend.
FNV/Condor [15] , waarin de Hoge Raad oordeelde over de uitleg van een sociaal plan. [16] . Ter discussie stond of bepaalde werknemers wel of niet onder de werkingssfeer van het sociaal plan vielen. FNV betoogde dat dit wel het geval was en verwees in dat kader naar concepten van het sociaal plan, het advies van de ondernemingsraad en de brief waarmee het sociaal plan als cao werd aangemeld bij het ministerie. In cassatie lag de vraag voor of deze niet openbare stukken, die voor derden niet kenbaar waren, mee mochten wegen bij de uitleg. Het arrest maakt duidelijk dat de bestaansgrond van de cao-norm is gelegen in de bescherming van derden tegen een uitleg van een bepaling in een overeenkomst waarbij betekenis wordt toegekend aan de voor hen niet kenbare partijbedoeling en in de noodzaak van een eenvormige uitleg voor alle door die overeenkomst gebonden partijen. Vanuit het perspectief van werknemersbescherming is het evenwel mogelijk voor derden niet kenbare partijbedoelingen in de uitleg mee te wegen, als dit betekent dat bepaalde werknemers daarmee wel binnen de werkingssfeer vallen. Met dit arrest is het beschermende karakter van de cao-norm benadrukt.
feitelijkkenbaar was voor werknemer dat 0,5% loonsverhoging diende ter compensatie van – kort gezegd – het verval van de ORT over vakantie-uren. De kenbaarheid beoordeelt het hof
in het licht van de cao-norm; het hof beantwoordt de vraag wat op grond van de tekst van en toelichting op de cao
kenbaaris voor werknemer, die als derde niet betrokken is geweest bij de totstandkoming van de cao. Bovendien zijn de in 2.13 onder 1. en 3. beschreven ‘vaststaande feiten’ door werkgever op grond van rov. 3.4.3 getrokken conclusies die door het hof niet als zodanig zijn verwoord, waarmee deze niet als ‘vaststaande feiten’ kunnen kwalificeren.
allewerknemers na een periode van gemiddeld twee jaar zouden zijn gecompenseerd en dat werknemer bij toewijzing van zijn vorderingen dubbel zou worden gecompenseerd.
de consequenties van het nieuwe systeem van arbeidstijden en toeslagen en dus op het vervallen van betaling van ORT tijdens vakantie-uren (…)”.
nietblijkt dat de loonsverhoging van 0,5% specifiek bedoeld was om het inkomensverlies door verval van de ORT over vakantie-uren te compenseren, zodat de klacht in zoverre feitelijke grondslag mist.
alle(dus ook individuele) werknemers, die beslissing in het licht van het gestelde in onderdeel 1 niet in stand kan blijven.