Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
5.Beslissing
25 januari 2022.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van de verdachte verworpen tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het hof had de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep omdat deze geen bezwaren tegen het vonnis had opgegeven en het hof zelf geen redenen zag voor inhoudelijke behandeling, op grond van artikel 416 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
De Hoge Raad overweegt dat het hof slechts aan beraadslaging toekomt indien het hoger beroep ontvankelijk is verklaard, zodat de geldigheid van de inleidende dagvaarding niet aan de orde kan komen als art. 416 lid 2 Sv Pro wordt toegepast. Klachten over de vervangende hechtenis opgelegd bij de schadevergoedingsmaatregel kunnen in cassatie niet worden beoordeeld omdat het vonnis van de politierechter niet ter beoordeling ligt.
Ten slotte oordeelt de Hoge Raad dat de klacht over overschrijding van de redelijke termijn bij betekening van de verstekmededeling faalt omdat geen klachten tegen de niet-ontvankelijkverklaring zijn ingebracht en er geen reden is om ambtshalve te vernietigen. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.