Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde en het vierde cassatiemiddel
4.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
5.Beslissing
11 juli 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een moord gepleegd op 26 januari 2018 waarbij de verdachte het slachtoffer, een drugsdealer, met meerdere kogels heeft gedood. Het hof Arnhem-Leeuwarden heeft de verdachte in hoger beroep veroordeeld tot 13 jaar gevangenisstraf wegens moord met voorbedachte raad. De verdediging heeft in cassatie onder meer aangevoerd dat het bewijs onrechtmatig is verkregen doordat een belangrijke getuige niet kon worden ondervraagd, en dat de redelijke termijn in hoger beroep is overschreden.
De Hoge Raad oordeelt dat het bewijs niet in beslissende mate steunt op de verklaringen van de niet-ondervraagde getuige, omdat deze voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen zoals verklaringen van de verdachte zelf, getuigenverklaringen en forensisch bewijs. De procedure voldoet aan het recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro.
Ten aanzien van de redelijke termijn constateert de Hoge Raad dat het hof onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat de overschrijding 9 maanden bedroeg, terwijl de termijn in werkelijkheid ruim 34 maanden bedroeg. Daarom vernietigt de Hoge Raad het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en vermindert de gevangenisstraf met 4 maanden tot 12 jaar en 8 maanden.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep voor het overige en bevestigt daarmee de bewezenverklaring van moord met voorbedachte raad. De strafvermindering is een sanctie voor de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot 12 jaar en 8 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn; de moord met voorbedachte raad blijft bewezen.