Conclusie
In cassatie wordt daar volgens mij tevergeefs tegen opgekomen.
Is de reden voor het ontslag op staande voet onverwijld meegedeeld?
Autocentrum Zuid Nederland-arrest uit 2016 [13] :
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Subonderdeel 1.1 (i)richt hier een rechtsklacht tegen nu niet kenbaar zou zijn gemaakt welke van de grieven V, X en XI van werkgever in dit verband doel zouden treffen.
aanleiding, maar ook op alle omstandigheden die van belang zijn voor de vraag
of de aanleiding kwalificeert als een dringende reden,zodat het hof (i) ten onrechte in het midden heeft gelaten
ofsprake was van een onverwijlde mededeling van de reden, en (ii) ten onrechte voorbij is gegaan aan het in dat verband door werknemer gestelde [25] .
Is de reden voor het ontslag op staande voet onverwijld medegedeeld?boven rov. 4.3-4.10, respectievelijk
Is sprake van een dringende reden?boven rov. 4.11 e.v. De klacht geeft zodoende zelf blijk van een onjuiste rechtsopvatting (ook zo vws werkgever 34). Ook de klacht onder (ii) van subonderdeel 1.1 (i) is tevergeefs, nu de omstandigheden voor de kwalificatievraag of sprake is van een dringende reden niet spelen bij de beoordeling of voldaan is aan de mededelingseis en dat volgt al helemaal niet uit de ratio voor de mededelingseis.
de ontslagbriefonverwijld is verzonden. Het ging er om of de reden van het ontslag onverwijld is medegedeeld. De klacht gaat er net als de kantonrechter van uit dat de reden voor het ontslag op staande voet pas bij brief van 27 mei 2021 is meegedeeld, maar dat beoordeelt het hof als gezegd anders. In zoverre mist de klacht feitelijke grondslag (in gelijke zin vws werkgever 46). Onderdeel 2 faalt zodoende ook.
subonderdelen 3.1 en 3.2dat het hof in rov. 4.23 heeft miskend dat de kantonrechter in het kader van de billijke vergoeding en transitievergoeding aan werkgever heeft opgedragen bewijs te leveren van feiten en omstandigheden die de conclusie rechtvaardigen dat werknemer een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Het hof mocht in rov. 4.23 niet oordelen dat werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld omdat de kantonrechter heeft geoordeeld dat werkgever niet was geslaagd in het haar opgedragen bewijs dat werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld [30] en werkgever daar niet tegen is opgekomen in appel. Werkgever heeft immers niet geklaagd over het oordeel van de kantonrechter dat het bewijs niet was geleverd, maar slechts gegriefd over de verdeling van de bewijslast [31] en het oordeel dat werkgever niet had voldaan aan de bewijsopdracht [32] , wat zonder meer juist is omdat werkgever heeft afgezien van het leveren van nader bewijs. Bij gebreke van een gegronde grief tegen het oordeel dat werkgever niet was geslaagd in het aan haar opgedragen bewijs dat werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, staat dat oordeel volgens werknemer vast.