Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
4.Beoordeling van het middel in het incidentele beroep
Zodanige gelijkenis bestaat ook tussen deze procedures en de onteigeningsprocedure op grond van de Onteigeningswet (zie hiervoor in 4.2.3, tweede alinea). Ook deze laatste procedure grijpt in het algemeen belang in in het eigendomsrecht (art. 1 Ow Pro) en ook in het kader van de Onteigeningswet is uitgangspunt dat de onteigende een volledige vergoeding krijgt van alle schade die hij als eigenaar rechtstreeks en noodzakelijk lijdt door het verlies van zijn zaak (art. 40 Ow Pro).
Onderdeel 2.2 klaagt dat de redenering van de ondernemingskamer in rov. 3.27 dat (kort gezegd) als de waarde van de aandelen positief (hoger dan € 1,--) is, het liquidatiescenario zich niet zal voordoen en een overname als bedoeld in het overnamescenario zal plaatsvinden, zonder nadere motivering onbegrijpelijk is en/of getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Niet valt in te zien dat het antwoord op de vraag of de noodregeling dan wel het faillissement zou worden toegepast dan wel een overname (als bedoeld in het overnamescenario) zou plaatsvinden, zonder meer (een-op-een) afhankelijk is van de vraag of de waarde (de prijs) van de aandelen meer dan € 1,-- is, aldus het onderdeel. Het antwoord op die vraag is volgens het onderdeel ook afhankelijk van diverse andere feiten en omstandigheden, zoals de opstelling (medewerking) van DNB, de solvabiliteits- en/of liquiditeitspositie van Conservatrix N.V. en de belangstelling van marktpartijen voor een overname.
5.Beslissing
2 juni 2023.