ECLI:NL:HR:2024:748
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over verzoek om vergoeding bezwaarkosten en toepassing dwangsomregeling
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een verzuimboete die samen met een naheffingsaanslag in de omzetbelasting was opgelegd en verzocht om vergoeding van de kosten van de bezwaarprocedure. De Inspecteur vernietigde de boete maar besloot niet op het verzoek om kostenvergoeding. Na ingebrekestelling besloot de Inspecteur alsnog tot vergoeding, waarna belanghebbende een dwangsom vorderde wegens het niet tijdig beslissen op dit verzoek.
Het Hof oordeelde dat de beslissing op het verzoek om kostenvergoeding niet als een zelfstandige aanvraag in de zin van artikel 1:3 Awb Pro kan worden aangemerkt en dat de dwangsomregeling daarom niet van toepassing is. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt de verwevenheid van het verzoek met de bezwaarprocedure, waardoor het verzoek geen zelfstandig belang heeft naast het bezwaarschrift.
De Hoge Raad wijst ook andere klachten af en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Dit arrest verduidelijkt de toepassing van de dwangsomregeling bij verzoeken om vergoeding van bezwaarkosten binnen de belastingrechtspraak.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard; het verzoek om vergoeding van bezwaarkosten is geen zelfstandige aanvraag en de dwangsomregeling is niet van toepassing.