Conclusie
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
3.Het geding in cassatie
4.Wettelijk kader
De dwangsom bij niet tijdig beslissen
Kamerstukken II2004/05, 29 934, nr. 6, p. 16).”
5.Jurisprudentie
De beschikking op aanvraag
Kamerstukken II, 32621, 3, p. 49-50). Zoals de Raad eerder heeft overwogen (uitspraak van 3 april 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:990), is een schadevergoedingsverzoek gericht aan het bestuursorgaan daarom niet aan te merken als een aanvraag in de zin van artikel 4:1 van Pro de Awb, zodat de dwangsomregeling in artikel 4:17 van Pro de Awb niet van toepassing is. Dit betekent dat het college de dwangsomverzoeken terecht heeft afgewezen." [29]
6.Beoordeling van de klachten
schriftelijkomdat hij moet worden genomen bij de uitspraak op bezwaar, welke uitspraak moet worden bekendgemaakt door toezending of uitreiking aan degene tot wie de uitspraak is gericht [40] . De beslissing is
publiekrechtelijkomdat de verplichting tot het vaststellen van de kostenvergoeding in de bezwaarfase in art. 7:15(3) Awb uitdrukkelijk is opgedragen aan het bestuursorgaan dat op de onderliggende aanvraag (in dit geval: het bezwaar) moet beslissen. De beslissing is een
rechtshandelingomdat zij zijn gericht op het tot stand brengen van een rechtsgevolg, namelijk de creatie van de rechtsgrond voor een uitbetaling van een kostenvergoeding van een bepaalde omvang. En tot slot is de beslissing
niet van algemene strekkingomdat de kostenvergoeding wordt toegekend aan een individuele belastingplichtige met betrekking tot een concrete zaak.