Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
4.Beoordeling van het middel in het incidentele beroep
5.Beslissing
5 september 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of giften die een vader deed aan zijn zoon, die het familiebedrijf voortzette, geheel aan de vader toegerekend moeten worden voor de berekening van de legitieme portie, ondanks dat de vader in gemeenschap van goederen was gehuwd met zijn vrouw.
De vader en de zoon waren samen een maatschap gestart die later werd ontbonden, waarna de vader diverse activa aan de zoon overdroeg en een deel van de koopsom kwijtgescholden werd. De moeder was eerder overleden en had de zoon onterfd, evenals de vader. De broers van de zoon maakten aanspraak op hun legitieme portie en stelden dat de giften mede ten laste van de moeder moesten worden toegerekend.
De rechtbank kende een deel van de vordering toe, het hof verhoogde dit bedrag en rekende de giften geheel aan de vader toe. De Hoge Raad bevestigde dat giften formeel aan de schenker moeten worden toegerekend, ook bij gemeenschap van goederen, maar vernietigde het hofarrest vanwege een niet-betrokken schenkingsverklaring waarin vader en moeder samen als schenkers werden genoemd. De zaak werd terugverwezen voor verdere behandeling.
De Hoge Raad benadrukte dat de wetgever bewust heeft gekozen voor toerekening aan de formele schenker en dat toestemming van de echtgenoot vereist is, maar dat in dit geval de gezamenlijke ondertekening van de schenkingsverklaring nader onderzocht moet worden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling vanwege onvoldoende beoordeling van medeondertekening van de schenkingsverklaring.