ECLI:NL:PHR:1996:AA1908
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over loonbelasting en toepassing artikel 38 AWR bij uitzending werknemers naar Panama
De zaak betreft een loonbelastinggeschil over de jaren 1982-1986 waarbij X B.V. naheffingsaanslagen met verhoging opgelegd kreeg. De kern van het geschil is de toepassing van artikel 38, lid 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) op aanvullende loonbetalingen aan werknemers die tijdelijk in Panama werkzaam waren.
De werknemers hadden een arbeidscontract met een Panamese werkgever A SA, waarbij zij 48 tot 84 uur per week werkten in een cyclus van twee maanden arbeid gevolgd door een maand verlof. De aanvullende betalingen door X B.V. betroffen CAO-compensaties en premievergoedingen die verband hielden met de in Panama verrichte arbeid, maar werden betaald tijdens een periode waarin de dienstbetrekking met de Nederlandse werkgever formeel was hervat.
Het Hof Amsterdam oordeelde dat niet voldaan was aan de vereisten van artikel 38, lid 2, AWR omdat de arbeid niet gedurende drie aaneengesloten maanden werd verricht, mede omdat de verlofperiode niet als gewone arbeidsonderbreking werd gezien. De Hoge Raad stelt echter dat het Hof onjuiste feiten heeft vastgesteld en dat het onderzoek naar de dienstbetrekking en toerekening van loonbetalingen verder moet worden voortgezet. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar Hof Arnhem voor verdere behandeling.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof Amsterdam en verwijst zaak terug naar Hof Arnhem voor nadere behandeling.