ECLI:NL:PHR:2001:AB1122
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid liquidatieverlies en afwaardering vorderingen bij voortzetting onderneming binnen concern
Belanghebbende, X B.V., maakte deel uit van een fiscale eenheid en had vorderingen op haar Engelse dochtervennootschap H Ltd afgeschreven vanwege verliezen. Na beëindiging van de activiteiten en liquidatie van H Ltd bracht belanghebbende het liquidatieverlies in aftrek op haar winst. De inspecteur weigerde deze aftrek omdat de onderneming van H Ltd binnen het concern werd voortgezet door C BV, onderdeel van dezelfde fiscale eenheid.
Het Hof oordeelde dat de onderneming van H Ltd inderdaad gedeeltelijk binnen het concern werd voortgezet en wees het beroep van belanghebbende af. De Hoge Raad bevestigt dat de aftrek van liquidatieverlies slechts mogelijk is indien de onderneming geheel is gestaakt of voortgezet door een ander dan de belastingplichtige of een verbonden lichaam. De beoordeling hiervan is feitelijk en beperkt vatbaar voor cassatie.
Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat het Hof onjuist had geoordeeld dat een vennootschap binnen dezelfde fiscale eenheid als een verbonden lichaam in de zin van artikel 13b, vierde lid, Wet Vpb 1969 moet worden beschouwd. Hierdoor moet de zaak worden verwezen voor nader onderzoek naar de gevolgen van de afwaardering van vorderingen op H Ltd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar een ander Hof voor verdere behandeling. De zaak betreft complexe fiscale regels omtrent deelnemingsvrijstelling, liquidatieverlies en afwaardering van vorderingen binnen concernverband.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar de fiscale behandeling van liquidatieverlies en afwaarderingen binnen concernverband.