ECLI:NL:PHR:2002:AE9402
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid cassatieberoep inzake hoger beroep tegen beschikking lijfsdwang
De zaak betreft een geschil over de ontvankelijkheid van het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) in hoger beroep tegen een beschikking van de president van de rechtbank Maastricht inzake lijfsdwang. Verzoeker was veroordeeld tot betaling van onderhoudsbijdragen en werd gegijzeld wegens niet-nakoming. De president van de rechtbank beëindigde de lijfsdwang na betaling van een substantieel bedrag zonder het LBIO te horen.
Het hof verklaarde het LBIO ontvankelijk in hoger beroep ondanks dat tegen beleidsbeslissingen op grond van art. 598j Rv geen hoger beroep openstaat. Het hof motiveerde dit met schending van het beginsel van hoor en wederhoor. Verzoeker stelde cassatie in tegen deze ontvankelijkheidsverklaring.
De Hoge Raad overweegt dat het hof met zijn beschikking slechts een loutere tussenbeschikking heeft gegeven die niet als deelvonnis kan worden aangemerkt en dat op grond van het nieuwe Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (NRv) cassatieberoep tegen dergelijke tussenbeschikkingen niet openstaat. De Hoge Raad bevestigt het fundamentele belang van het recht op rechterlijk gehoor en oordeelt dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is. De inhoudelijke beoordeling van het geschil dient in appel te worden voortgezet.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het karakter van de beschikking als loutere tussenbeschikking.