ECLI:NL:PHR:2003:AI6110
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van art. 27 en 69 Faillissementswet in relatie tot recht op toegang tot de rechter
In deze zaak staat centraal of de regeling van artikel 27 van Pro de Faillissementswet (Fw) strijdig is met het recht op effectieve toegang tot de rechter zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro. Verzoeker, die zelf failliet is verklaard, tracht via een bevel op grond van artikel 69 Fw Pro te voorkomen dat zijn wederpartij ontslag van instantie vraagt in twee procedures die hij tegen die wederpartij heeft ingesteld.
De rechtbank heeft de verzoeken van verzoeker afgewezen omdat deze niet onder artikel 69 Fw Pro vallen en omdat de procedures onvoldoende kans van slagen hebben en de boedel geen dekking biedt voor de kosten. De Hoge Raad bevestigt dat artikel 69 Fw Pro slechts bedoeld is om schuldeisers invloed te geven op het beheer van de failliete boedel en niet om persoonlijke rechten jegens de boedel af te dwingen.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat artikel 27 Fw Pro weliswaar een beperking inhoudt van het recht op toegang tot de rechter, maar dat deze beperking gerechtvaardigd is binnen de grenzen van het EVRM. De regeling beschermt de belangen van schuldeisers en wederpartijen en maakt het recht van de gefailleerde om zijn burgerlijke rechten aan de rechter voor te leggen niet illusoir. De failliet heeft bovendien diverse rechtsmiddelen om zich tegen ontslag van instantie te verzetten.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep van verzoeker af en bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van de rechtbank en rechter-commissaris.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoeker wordt verworpen; de regeling van art. 27 Fw is niet in strijd met art. 6 EVRM en art. 69 Fw biedt geen grondslag voor het gevorderde bevel.