ECLI:NL:PHR:2004:AN9077
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijskracht partijgetuigeverklaring bij proeftijdbeding arbeidsovereenkomst
De zaak betreft een geschil tussen eiser en Houtbank Roosendaal B.V. over de geldigheid van een proeftijdbeding in een arbeidsovereenkomst. Eiser trad eerst in dienst bij een gelieerde vennootschap en later bij Houtbank Roosendaal voor vrijwel dezelfde werkzaamheden. Hij stelde dat het proeftijdbeding nietig was vanwege de duur van de arbeidsovereenkomst en de kennis van zijn capaciteiten door Houtbank.
De rechtbank wees de vorderingen van eiser af nadat Houtbank succesvol tegenbewijs leverde, waaronder een partijgetuigenverklaring van de directeur. Eiser stelde dat de rechtbank onjuist had geoordeeld door waarde toe te kennen aan deze partijgetuigeverklaring, die volgens hem beperkt bewijskracht heeft op grond van art. 164 lid 2 Rv Pro. en art. 213 lid 1 Rv Pro. oud.
De Hoge Raad bevestigde de geldigheid van de beperking van bewijskracht van partijgetuigeverklaringen bij bewijslevering en oordeelde dat deze niet in strijd is met het recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd in art. 6 EVRM Pro. Tevens werd benadrukt dat bij tegenbewijs de rechter vrij is in de waardering van de verklaring. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank blijft in stand.