ECLI:NL:PHR:2004:AP5230
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over navordering en vestigingsplaats bij Antilliaanse vennootschap in vennootschapsbelasting
De zaak betreft een cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting opgelegd aan X3 N.V., statutair gevestigd te Curaçao. De kern van het geschil is of de inspecteur aan de vereisten voor navordering heeft voldaan, met name of sprake is van een nieuw feit en of belanghebbende te kwader trouw is.
Het Hof oordeelde dat de inspecteur niet beschikte over een nieuw feit in de zin van artikel 16 AWR Pro en dat belanghebbende niet te kwader trouw was, waardoor navordering niet mogelijk was. De inspecteur had een boekenonderzoek uitgevoerd en diverse documenten en notulen ingezien, maar het Hof vond dat de inspecteur reeds in 1996 over voldoende informatie beschikte om een aanslag op te leggen en dat het uitblijven daarvan een ernstig verwijt opleverde.
De Hoge Raad stelt dat het Hof een te strenge maatstaf hanteerde en dat het niet van de inspecteur kan worden verlangd dat hij een aanslag oplegt zolang er onzekerheid bestaat over feiten die dragend zijn voor de belastingplicht. Ook oordeelt de Hoge Raad dat het Hof onvoldoende rekening hield met het feit dat de inspecteur op de juistheid van door belanghebbende verstrekte informatie mocht vertrouwen en dat het Hof terecht oordeelde dat belanghebbende niet te kwader trouw was.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond en verwijst de zaak terug naar het Hof voor een nieuwe beoordeling van de vestigingsplaats van belanghebbende en de daaraan verbonden fiscale gevolgen. De zaak betreft complexe fiscale en bestuursrechtelijke vraagstukken over de plaats van feitelijke leiding, de rol van het bestuur en concernverhoudingen.
Uitkomst: Cassatieberoep gegrond verklaard en zaak verwezen voor hernieuwde beoordeling van vestigingsplaats en navordering.