ECLI:NL:PHR:2005:AR6657
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid werkgever voor psychische schade en vergoeding repatriëringskosten bij VUT
De zaak betreft een werknemer die sinds 1969 bij ABN AMRO werkte en in 1997 met VUT ging na arbeidsongeschiktheid door psychische en lichamelijke klachten veroorzaakt door verscherpt beleid op zijn werkplek in Genève. De werknemer vorderde schadevergoeding op grond van art. 7:658 BW Pro en vergoeding van repatriëringskosten.
De kantonrechter wees beide vorderingen af, maar het hof stelde de werknemer deels in het gelijk en kende materiële schadevergoeding en repatriëringskosten toe, niet echter immateriële schade. Het hof oordeelde dat ABN AMRO onvoldoende had voldaan aan haar zorgplicht en dat het arbeidsongeschiktheid en voortijdig gebruik van de VUT-regeling aan het werk waren toe te rekenen.
De Hoge Raad behandelde de vraag of art. 7:658 BW Pro ook aansprakelijkheid voor psychische schade omvat en bevestigde dat dit artikel niet beperkt is tot fysieke schade. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof wegens onvoldoende motivering omtrent het causaal verband tussen werk en schade en verwees de zaak terug voor nadere beoordeling. De vergoeding van repatriëringskosten werd door het hof terecht toegekend.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nadere beoordeling van het causaal verband en de aansprakelijkheid van de werkgever.