ECLI:NL:PHR:2005:AT7797
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid curator tot instellen onrechtmatige daadvordering namens individuele schuldeisers in faillissement
In deze zaak stond de vraag centraal of een curator in faillissement bevoegd is een onrechtmatige daadvordering in te stellen namens individuele schuldeisers van de failliete vennootschap. De curator had een vordering ingesteld tegen de bestuurder van Installogic B.V. wegens onrechtmatig handelen door het bedrijf door te laten draaien terwijl het niet aan zijn verplichtingen kon voldoen, met als doel de borgstelling te ontlopen.
De rechtbank had de curator niet-ontvankelijk verklaard, maar het hof oordeelde dat de curator wel bevoegd was om namens individuele schuldeisers op te treden, omdat een succesvolle vordering de gezamenlijke boedel ten goede komt. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en onderstreepte dat het instellen van een dergelijke vordering binnen de taak van de curator valt, omdat het kan leiden tot een grotere uitkering aan de gezamenlijke schuldeisers.
Daarnaast behandelde de Hoge Raad de omvang van de schadevergoeding. De bestuurder had aangevoerd dat de schade niet voldoende was bestreden, maar de Hoge Raad vond dat het hof terecht had geoordeeld dat de schadevergoeding van 160.000 gulden niet onbegrijpelijk was toegewezen. De curator was gemachtigd om namens de schuldeisers op te treden en de vordering werd toegewezen.
De uitspraak benadrukt het belang van de curator als vertegenwoordiger van de gezamenlijke schuldeisers en bevestigt dat het actierecht van de curator ook geldt voor vorderingen van individuele schuldeisers, mits dit de belangen van de boedel en de gezamenlijke schuldeisers dient.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de curator bevoegd is namens individuele schuldeisers een onrechtmatige daadvordering in te stellen en wijst de schadevergoeding van f.160.000 toe.