ECLI:NL:HR:2002:AE3264
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid verliesbeschikking ondanks onterechte nihil-aanslag vennootschapsbelasting
De Inspecteur stelde gelijktijdig met de vennootschapsbelastingaanslag over 1995/1996 een verliesbeschikking vast van ruim vijf miljoen gulden. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag en verliesbeschikking, maar de Inspecteur handhaafde deze. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
Belanghebbende betoogde dat de nihil-aanslag onrechtmatig was vastgesteld omdat er nog geen aangifte was gedaan en dat daardoor ook de verliesbeschikking niet rechtsgeldig kon zijn. De Hoge Raad oordeelde dat artikel 25a van de Wet op de vennootschapsbelasting bepaalt dat geen aanslag wordt vastgesteld indien de belastingberekening niet tot een positief bedrag leidt, maar dat dit niet de geldigheid van een verliesbeschikking aantast.
Verder stelde de Hoge Raad vast dat artikel 20a lid 1 van de Wet bepaalt dat de verliesbeschikking gelijktijdig met de aanslag wordt vastgesteld, maar dat dit niet betekent dat een verliesbeschikking uitsluitend kan worden vastgesteld als er ook een aanslag is. De rechtszekerheid en het materiële belang van de belastingplichtige bij vaststelling van het verlies rechtvaardigen een dergelijke uitleg.
De Hoge Raad verwierp alle middelen van belanghebbende en verklaarde het beroep ongegrond. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Het arrest bevestigt dat een verliesbeschikking ook geldig kan zijn indien de aanslag onterecht nihil is vastgesteld.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de verliesbeschikking blijft geldig ondanks de onterechte nihil-aanslag.