ECLI:NL:PHR:2006:AV4824
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor bedreiging met misdrijf tegen het leven ondanks dronkenschap verdachte
De zaak betreft een veroordeling van verdachte wegens bedreiging met een misdrijf tegen het leven, gericht tegen twee politieagenten op 30 december 2003 in Heerenveen. Verdachte sprak dreigende woorden uit, waaronder 'Vuile klootzakken als ik jullie weer tegenkom schiet ik jullie door de kop' en 'Jullie gaan eraan'. Het hof achtte bewezen dat deze uitlatingen onder zodanige omstandigheden waren gedaan dat bij de verbalisanten redelijke vrees kon ontstaan voor hun leven.
De verdediging voerde aan dat verdachte stomdronken was en geen opzet had om vrees aan te jagen, en dat de context van de bedreiging dit niet rechtvaardigde. De Hoge Raad overwoog dat voor bedreiging niet vereist is dat het slachtoffer daadwerkelijk vrees had, maar dat de uitlatingen objectief geschikt moeten zijn om redelijke vrees op te wekken. Ook loze bedreigingen kunnen strafbaar zijn als zij ernstige agressie uitdrukken.
De Hoge Raad benadrukte dat de context een ontzenuwende rol kan spelen, maar in deze zaak was de bedreiging duidelijk en niet als grap of beeldspraak bedoeld. Verdachte had opzet in voorwaardelijke zin, omdat hij zich bewust was van de mogelijke uitwerking van zijn woorden. Het cassatiemiddel faalde, en de veroordeling bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte wegens bedreiging met een misdrijf tegen het leven en wijst het cassatieberoep af.