ECLI:NL:PHR:2024:168

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
5 maart 2024
Publicatiedatum
12 februari 2024
Zaaknummer
22/03265
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 SrArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt veroordeling voor bedreiging politicus Azarkan via e-mail

De verdachte werd door het hof veroordeeld wegens bedreiging van F. Azarkan, fractievoorzitter van DENK, met een e-mail waarin werd gedreigd met doodschieten en onthoofden. Het hof stelde vast dat de bedreiging Azarkan daadwerkelijk had bereikt en dat verdachte (voorwaardelijk) opzet had op het veroorzaken van vrees voor zijn leven.

De e-mail werd verzonden op de dag van een fel debat in de Tweede Kamer over de moord op de Franse leraar Samuel Paty, waarbij Azarkan zwaar bekritiseerd werd. De inhoud van de e-mail bevatte expliciete bedreigingen en werd niet slechts als uiting van woede of frustratie beoordeeld. De verdachte gaf aan dat hij de uitvoering van de bedreiging aan justitie overliet, maar dit deed niet af aan het bedreigende karakter.

De verdediging voerde aan dat de bedreiging onvoldoende concreet was en dat de fysieke afstand en emotionele toestand van verdachte het opzet ontkenden. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof voldoende gemotiveerd had geoordeeld dat de bedreiging reëel was en dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans had aanvaard dat Azarkan vrees zou krijgen. Het cassatieberoep werd verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor bedreiging van politicus Azarkan met een taakstraf en voorwaardelijke hechtenis.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer22/03265
Zitting5 maart 2024
CONCLUSIE
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1947,
hierna: de verdachte

1.Het cassatieberoep

1.1
Het gerechtshof Den Haag heeft de verdachte bij arrest van 2 september 2022 voor “bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht” veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uur, subsidiair 30 dagen hechtenis waarvan 20 uur, subsidiair 10 dagen vervangende hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
1.2
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. J.S. Nan en S.A.H. Vromen, beiden advocaat te Den Haag, hebben één middel van cassatie voorgesteld.
1.3
Het middel richt zich met motiveringsklachten tegen de bewezenverklaarde bedreiging.
1.4
Voordat ik het middel bespreek, geef ik de bewezenverklaring, de bewijsmiddelen, delen van de pleitnotitie van de raadsman en nadere (bewijs)overwegingen van het hof weer.
2.
Bewezenverklaring, bewijsmiddelen, pleitnotitie raadsman en (bewijs)overwegingen
2.1
Het hof heeft ten laste van de verdachte bewezen verklaard dat:
“hij op 12 november 2020 te [plaats] en ’s-Gravenhage, in ieder geval in Nederland, F. Azarkan van de politieke partij DENK heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door per email de dreigende woorden aan die Azarkan van de politieke partij DENK toe te voegen:
"Mijn mening is dat alle Islamieten die zich niet in de westerse cultuur voegen, per direct dienen te worden doodgeschoten!! Als ik ooit aan de macht zou komen wil ik een klopjacht die er voor zorgt dat jullie je nergens veilig voelen. Bij ontdekking gelijk onthoofden!".
2.2
Deze bewezenverklaring berust op de volgende, in de aanvulling op het verkorte arrest opgenomen, bewijsmiddelen:
“1.
Een proces-verbaal aangiftevan de politie Eenheid Den Haag, d.d. 17 december 2020, (…)
Dit proces-verbaal met bijlagen houdt onder meer in (…):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
[aangever] deed aangifte namens de heer F. Azarkan en verklaarde het volgende:
"Ik ben werkzaam bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal en door de heer F. Azarkan, fractievoorzitter van de politieke partij "DENK" in de Tweede Kamer der Staten-Generaal, schriftelijk gemachtigd tot het doen van aangifte van bedreiging.
De heer F. Azarkan werd bedreigd in een e-mailbericht dat op 12 november 2020 werd verzonden naar het algemene e-mailadres van DENK. De inhoud van het e-mailbericht betrof:
“Van: [verdachte] <[e-mailadres]>
Verzonden: donderdag 12 november 2020 15:21
Aan: info@bewegingdenk.nl
Onderwerp: Azarkan
Geachte dames en heren,
Ik zie al enige tijd het gedrag van Tweede Kamerleden van jullie clubje. Het is eigenlijk met geen pen te beschrijven dat jullie het lef hebben in de tweede kamer te zitten.
Om even heel duidelijk te zijn, mijn mening over de Islam is het volgende:
De Islam is een verderfelijke ideologie die niet in west Europa thuis hoort. Wat mij betreft mogen er 24/7 spotprenten van die achterlijke gladiool Mohammed worden gemaakt. Mohammed was een enorme sadistische klootzak die in de huidige tijd al lang was doodgeschoten. Daarnaast was hij nog pedofiel ook. Ik vind dat de Islam moet worden uitgeroeid en vernietigd. Als Christus weder komt op aarde worden jullie met zijn allen in de Hel gesmeten. Ik kijk uit naar die dag.
Weg Islam, weg Klootzak Mohammed. Ik walg van jullie geOH. Weg met die zooi. Ik zal elke Moslim dit vis a vis zeggen. Ik kots op dit soort ideologieën. Wat mij betreft komt er een verbod op de Islam.
Mijn mening is dat alle Islamieten die zich niet in de westerse cultuur voegen, per direct dienen te worden doodgeschoten!! Als ik ooit aan de macht zou komen wil ik een klopjacht die er voor zorgt dat jullie je nergens veilig voelen. Bij ontdekking gelijk onthoofden!
Met vriendelijke groeten.
[verdachte]"
De heer F. Azarkan heeft kennis gedragen van de inhoud van het e-mailbericht. Hij voelt zich hierdoor ernstig bedreigd. De heer F. Azarkan vreest dat de gebruiker van het e-mailaccount [e-mailadres]/ de verzender van het bedreigende e-mailbericht, hem daadwerkelijk om het leven zal brengen, dan wel hem zwaar lichamelijk letsel toe zal brengen."
2 .
Een proces-verbaal van bevindingenvan de politie (…)
Dit proces-verbaal houdt onder meer in (…):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
De aangever werd in een e-mail, aan hem verzonden op 12 november 2020, bedreigd. Uit de header van de email bleek deze afkomstig te zijn van: [verdachte] – [e-mailadres]. Door Ziggo werd de gebruikersgegevens verstrekt. Uit het ontvangen bestand bleek de gebruiker van het e-mailadres [e-mailadres] te zijn:
[verdachte]
[a-straat 1]
[postcode] [plaats].
Na bevraging van de postcode [postcode] [plaats] in de Gemeentelijke Basis Administratie bleek op dat adres ingeschreven te staan:
[verdachte]
Geboren op [geboortedatum]-1947 te [geboorteplaats].
3.
De verklaring van de verdachte.
De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg van d.d. 30 maart 2022, verklaard (…):
Er was sprake van grote boosheid bij mij. Die boosheid kwam omdat ik de zaak van meneer Paty, die door een islamiet is onthoofd, heb gevolgd.
Later voerde meneer Azarkan in de Tweede Kamer een debat om belediging van een heilige profeet strafbaar te stellen. Ik dacht: hoe haal je het in je hoofd? Ik had de naam van Azarkan in de onderwerpregel van de e-mail staan. Het kan dat de e-mail dan bij hem terechtkomt. Ik heb de naam van Azarkan in de onderwerpregel gezet naar aanleiding van zijn optreden in de Tweede Kamer.
4 .
De verklaring van de verdachte.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van d.d. 19 augustus 2022, verklaard (…):
De heer Azarkan nam het woord in de Tweede Kamer over het strafbaar stellen van de belediging van de heilige profeet. Hij zei daarover dat het de eigen schuld was van Samuel Paty dat hij was onthoofd. Naar aanleiding van de opmerking van de heer Azarkan heb ik zijn naam als onderwerp van het e-mailbericht gekozen.
5.
Een proces-verbaal van verhoor verdachte(…). Dit proces-verbaal met bijlagen houdt onder meer in (…):
als de door de verdachte afgelegde verklaring:
V: vraag verbalisant
A: antwoord verdachte
V: U wordt verdachte van bedreiging gepleegd op 12 november 2020. Weet u waar het over gaat?
A: Dat weet ik. Dat bericht is verzonden door mij.
V: Wat was uw intentie met uw mail?
A: Ik was boos geworden over het optreden van Azarkan in de Tweede Kamer. Daarin heeft hij bepaalde uitspraken gedaan op 12 november 2020. Er was een debat over de moord op die leraar in Frankrijk die was onthoofd (het hof begrijpt: Samuel Paty), omdat hij in de klas en discussie wilde voeren in zijn klas over de cartoons over Mohammed. Azarkan wilde toen in de Tweede Kamer een debat voeren over het verbod op Mohammed-cartoons en daarvoor een rechtvaardiging geven voor de moord van die leraar in Frankrijk. Daarom was ik boos geworden.
V: U schrijft dat de Islam moet worden uitgeroeid en vernietigd. Wat bedoelt u hiermee?
A: Net wat ik zeg.
V: U schrijft vervolgens dat als u aan de macht komt u een klopjacht wil houden om te zorgen dat zij zich nergens meer veilig voelen. En bij ontdekking zouden zij worden onthoofd. Waarom zegt u dit?
A: Ik bestrijd ze met hun eigen wapens, zij vinden toch ook dat andersdenkenden moeten worden onthoofd.”
2.3
Namens de verdachte is in ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 19 augustus 2022 vrijspraak bepleit. De op die zitting overgelegde pleitnotitie van de raadsman houdt onder meer het volgende in:
“3. Context
De originele email (…) die cliënt heeft geschreven is op de eerste pagina weergegeven. Daaruit is een stukje geknipt en geplakt in de tenlastelegging.
Cliënt heeft, met naam en toenaam, dus niet onder een valse naam of iets dergelijks, deze e-mail geschreven n.a.v. het Kamerdebat dat volgde op de onthoofding van de Franse leraar Samuel Paty op 16 oktober 2020. Met zijn onthoofding liet Paty een vrouw en een jong kindje achter. Terzijde: Het doel van onthoofding is, behalve een pijnlijke dood, dat het lichaam niet intact begraven kan worden en dus ook niet kan herrijzen uit de dood, een thema wat in verscheidene godsdiensten, w.o. de Islam voorkomt. In zijn e-mail refereert cliënt ook aan dit thema. Ook wordt voorbijgegaan aan het feit dat cliënt hier de Jihadi-salafisten bedoelt. Cliënt heeft dat bij 2 eerdere verhoren duidelijk aangegeven. Deze lieden hebben, met name in Amsterdam onderdak gevonden bij DENK. Imams hebben deze Jihadi-salafisten de opdracht gegeven, diegenen die tegen de Islam zijn, met name Joden en Christenen te onthoofden en de handen af te hakken.
(…)
De aanslag op Samuel Paty gebeurde op het moment dat het proces tegen de daders van de aanslag op de redactie van het weekblad Charlie Hebdo in 2015 in Frankrijk werd gehouden. De Deense cartoons van 2006 waren net opnieuw gepubliceerd door hetzelfde weekblad op 1 september 2020. Deze publicatie werd aangegrepen om een nieuwe aanval uit te voeren in Parijs op 25 september 2020 in de buurt van het voormalige pand van Charlie Hebdo.
De aanval kwam ook kort na de toespraak van de president van de Republiek, Emmanuel Macron, over de strijd tegen het "separatisme", die op 2 oktober 2020 werd gehouden in een stadje gelegen in het departement waar deze moord werd gepleegd. De president presenteerde maatregelen om het secularisme te versterken met een ontwerp van wet ter versterking van de republikeinse principes, en merkte op dat "de islam zich in een crisis bevindt". Voorts heeft President Macron duidelijke instructies gegeven aan de Franse politie om daders van dit soort misdaden onmiddellijk dood te schieten, "want ze zijn vijanden van de Republiek." Client heeft bij eerdere verhoren aangegeven dat hij gaarne zag dat de Nederlandse Justitie eenzelfde houding zou aannemen.
De aanslag is de tweede onthoofding in Frankrijk en Europa sinds de aanslag in Saint-Quentin-Fallavier in 2015, en de zesde islamitische aanslag in Frankrijk sinds het begin van het jaar 2020.
Deze aanslag heeft een schok teweeg gebracht in de samenleving. Van leraren bleef je af.... in ieder geval tot dat moment.
In het Kamerdebat van 12 nov 2020 dat hierop volgde sprak iedere politieke partij zijn afkeuring uit over deze aanslag, op één na. De partij DENK van de heer Azarkan. Als reactie op deze aanslag moest belediging van de profeet Mohammed strafbaar worden gesteld. Hierbij werd geïnsinueerd dat Samuel Paty zijn onthoofding over zichzelf had afgeroepen. Hierop ontstaken een groot aantal tweede Kamerleden in grote woede. Mijn cliënt dus ook. Hij stuurde een e-mail om het gedrag van DENK (een Kamerlid onwaardig) onder de aandacht te brengen.
Dáárop heeft cliënt gereageerd in bovengenoemde e-mail. Hij heeft zijn mening gegeven, een mening waar cliënt niet alleen in staat. Ook Afshin Ellian adviseert intolerante Moslims keihard intolerant van repliek te dienen. Dat heeft cliënt dus gedaan.
Het uiten van zijn mening, nl dat alle Islamieten die zich niet in de Westerse cultuur voegen (hiermee doelend op aanslag plegende jihadi's) per direct dienen te worden doodgeschoten, is een directe reactie op het abjecte standpunt van de heer Azarkan. In een tweetal verhoren is mijn cliënt gevraagd hoe hij dat ziet. Hij heeft in beide verhoren duidelijk aangegeven dat hij van mening is dat dit door de opsporingsambtenaren dient te gebeuren. Cliënt zegt niet dat hij dit doodschieten zelf ter hand zal nemen. Macron zegt dat ook niet. Macron heeft de Franse politie opgedragen in gevallen waarbij aanslagen door Jihadi-Salafisten worden gepleegd, deze daders direct dood te schieten. In eerdere verhoren heeft cliënt aangegeven dat deze handelwijze ook door de Nederlandse Justitie dit zou moeten gevolgd. Waarom ? Omdat dit soort salafisten nooit zullen stoppen met doden. (Zie de aanslag vorige week in de US op Salman Rushdie 22 jaar nadat de FATWA over hem werd uitgesproken). De dader van de aanslag in de tram in Utrecht werd gearresteerd en berecht, maar viel vervolgens in de gevangenis een bewaker aan die levensgevaarlijk werd verwond. Hoelang gaat het duren dat de Nederlandse Overheid deze houding gaat begrijpen?
Daarnaast zegt cliënt, inmiddels 75 jaar oud, dat als hij ooit aan de macht zou komen, hij een klopjacht wil die ervoor zorgt dat jullie je nergens veilig voelen. Bij ontdekking gelijk onthoofden. (Cliënt hanteert hetzelfde taalgebruik als de Jihadi Salafisten.) Bij eerdere verhoren heeft cliënt aangegeven dat dit door Justitie dient te gebeuren.
Niemand had daarvoor ooit van cliënt gehoord. Hij is geen publiek persoon. Hij staat op geen enkele kieslijst en heeft geen politieke aspiraties, laat staan dat hij de mogelijkheden of überhaupt plannen heeft om een staatsgreep te plegen. Bovendien, hij geeft aan wat hij zou willen wat de Overheid zou moeten doen. Onze politici willen ook zoveel; we weten wat daarvan terecht komt. Ook hierbij treedt cliënt niet verder in details hoe hetgeen hij zou willen zou moeten gebeuren.
4.
De heer Azarkan had moeten begrijpen dat zijn provocerende houding dit soort reacties zou oproepen. Wie kaatst, kan de bal de verwachten. Kennelijk heeft de heer Azarkan zoveel reacties ontvangen dat hij door de bomen het bos ook niet meer zag, getuige het feit dat cliënt aanvankelijk geconfronteerd werd met een 'verkeerde' aangifte. Alle onwelgevoeglijke emails worden over de schutting gegooid naar de politie die het verder mag uitzoeken. Opvallend is dat de heer Azarkan, twee weken na ontvangst van de email, zegt zich bedreigd te voelen; op 25 november 2020 zou hij hiervan melding hebben gedaan aan [aangever] die aangifte doet. Client betwijfelft of [aangever] van het door elkaar gooien van de aangiften is geïnformeerd.
Daarnaast wenst cliënt te benadrukken dat hij op geen enkel moment het opzet heeft gehad, in welke vorm dan ook, om Azarkan of wie dan ook te bedreigen. Als de kans op bedreiging al aanmerkelijk was, heeft hij die kans niet op de koop toe genomen.
5.
Daaraan kan worden toegevoegd dat cliënts uitlatingen zodanig algemeen zijn geformuleerd om als bedreiging serieus te kunnen worden genomen. Cliënt heeft zijn mening weergegeven. Uit het dossier is overigens niet af te leiden dat anderen dan de heer Azarkan, zoals leden en medewerkers van Denk, stellen dat zij zich bedreigd hebben gevoeld door cliënts originele e-mail, terwijl het niet denkbeeldig is dat ook anderen dan de heer Azarkan deze e-mail gelezen hebben. Die hebben hun schouders opgehaald en zijn verder gegaan met waar ze mee bezig waren. Waarschijnlijker is dat de heer Azarkan zich bedreigd voelde door het "foutieve" PV dan de email van cliënt, aangezien daar duidelijke doodsbedreigingen in stonden. Nader onderzoek toonde reeds aan dat cliënt hier niets mee van doen had.
6.
De betreffende e-mail bevat weliswaar als onderwerp "Azarkan", maar is - anders dan de PR oordeelt - niet aan hem gericht, getuige de aanhef "geachte dames en heren " Hij stond wel in het onderwerp vermeld, omdat cliënt aandacht wilde vragen voor het handelen van "hun" kamerlid.
Gezien de context waarin cliënt zijn uitlatingen heeft gedaan, al aangenomen dat de bewoordingen op zichzelf naar hun aard geschikt zijn om bedreiging op te leveren, quod non, zijn deze uitlatingen niet als geloofwaardig aan te merken. Net als vele andere Nederlanders was cliënt dermate geagiteerd dat zijn uitlatingen, gezien de hiervoor weergegeven context, moeten worden opgevat als een onbeheerste uiting van woede of frustratie. In de gegeven omstandigheden is dan de bedreiging niet van dien aard dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan dat de bedreiging ten uitvoer zou kunnen worden gelegd (HR 28 maart 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV4191). De email van cliënt was een druppel in de tsunami van reacties die Azarkan over zich heen kreeg.
7.
Hier wreekt zich ook het feit dat cliënt op 30 maart 2022 moest voorkomen op een zgn. thema-zitting van de PR. Aan het uitvoerige verweer van de verdediging is geen aandacht geschonken. Cliënt kan zich evenmin aan de indruk onttrekken dat de beslissing tot bewezenverklaring (mede) ingegeven is door de aanwezigheid ter trz van de heer Azarkan en zijn verklaring dat hij doorlopend wordt bedreigd.
8.
Cliënt geeft een mening: Mij(n) mening is ..., hoe duidelijker moet dit nog zijn, lees de eerste 3 woorden.
Cliënt heeft ook nooit de bedoeling / opzet gehad Azarkan te bedreigen. Cliënt heeft onomwonden zijn mening gegeven temeer om Azarkan te laten weten dat Jihadi - Salafisten waar DENK kennelijk enige sympathie voor heeft, in geval van ontdekking op heterdaad bij een terroristische aanslag, onmiddellijk door de politie zouden moeten worden doodgeschoten. Dit is zeker niet aardig bedoeld, maar dat maakt niet dat sprake is van bedreiging, cliënt geeft hier zijn mening. Hij heeft naderhand ook zijn excuses aangeboden, en zijn e-mail ingetrokken, omdat dit niet de manier is waarop we in NL met elkaar zouden moeten omgaan.”
2.4
Het hof heeft in het bestreden verkorte arrest met betrekking tot dit pleidooi het volgende overwogen:

Bespreking gevoerd verweer
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat niet bewezen kan worden dat de verdachte opzet, al dan niet in voorwaardelijke zin, heeft gehad om de heer. Azarkan te bedreigen. Voorts heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de uiting van de verdachte als enkele uiting van woede of frustratie moet worden opgevat en daarom niet kwalificeert als bedreiging.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof stelt voorop dat voor een veroordeling ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht is vereist dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreiging en de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen en dat het opzet van de verdachte daarop was gericht (vgl. HR 22 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0096, HR 22 mei 2012, E’CLI:NL:HR:2012:BW6181 en HR 10 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:24).
Aan de hand van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting stelt het hof de volgende feiten en omstandigheden vast. De verdachte heeft op 12 november 2020 een e-mailbericht gestuurd naar het algemene e-mailadres van politieke partij DENK. Het "onderwerp" van deze e-mail luidde "Azarkan". De aangever, de heer Azarkan en fractievoorzitter van DENK in de Tweede Kamer, heeft van de inhoud van dit e-mailbericht kennis genomen. De bedreiging heeft hem dus bereikt. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat het bericht over de persoon Azarkan door hem 'in algemene zin' is verzonden. Voorts heeft de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat het, gelet op de vermelding van "Azarkan" als onderwerp van het e-mailbericht, "kan dat de e- mail dan bij hem terecht komt", maar dat hij bedoeld heeft het bericht in het algemeen aan de mensen van DENK te sturen. Het hof is van oordeel dat de verdachte minst genomen voorwaardelijk opzet heeft gehad dat het e-mailbericht de heer Azarkan zou bereiken, nu hij het e-mailbericht naar de politieke partij DENK heeft gestuurd, met de naam van de aangever vermeld als "onderwerp" en hij er, zoals hij zelf heeft verklaard, kennelijk rekening mee heeft gehouden dat dit bericht bij de heer Azarkan terecht zou komen. Het enkele feit dat in de aanhef van het e-mailbericht is opgenomen "
Geachte dames en heren", maakt dat naar het oordeel van het hof niet anders.
Voorts is het hof van oordeel dat de onderhavige tekst van dien aard is en onder zulke omstandigheden is gedaan dat deze de vrees bij de heer Azarkan heeft kunnen opwekken voor het misdrijf waarmee werd gedreigd (dood schieten en onthoofden) en dat de verdachte daarop ook het opzet heeft gehad, althans minst genomen in voorwaardelijke zin. Tot de omstandigheden waaronder de bedreiging is geschied, rekent het hof de datum van versturen van het e- mailbericht op 12 november 2020, te weten de dag van een debat in de Tweede Kamer waarin onder meer werd gesproken over de moord eerder dat jaar op Samuel Paty - een Franse leraar geschiedenis - naar aanleiding van het tonen van Mohammed-cartoons in een les. Tijdens het debat in de Tweede Kamer liepen de gemoederen hoog op. De heer Azarkan kreeg in dit debat kritiek van Tweéde Kamerleden naar aanleiding van zijn uitlatingen. De verdachte heeft zelf verklaard dat hij naar aanleiding van de door Azarkan tijdens dit debat gedane uitlatingen uit boosheid het e-mailbericht heeft gestuurd (p. 16 en p. 20 procesdossier). In zijn email-bericht verwijst de verdachte naar het gedrag van de leden van DENK in de Tweede Kamer en geeft de verdachte aan dat hij de Islam een verwerpelijke ideologie vindt die verboden moet worden. Ook schrijft hij dat er wat hem betreft 24/7 spotprenten van Mohammed mogen worden gemaakt. Hij vervolgt: "Ik vind dat de Islam moet worden uitgeroeid en vernietigd. Als Christus weder komt op aarde worden jullie met zijn allen in de Hel gesmeten. Ik kijk uit naar die dag.” Tot slot schrijft de verdachte "Mij(n) mening is dat alle Islamieten dié zich niet in de westerse cultuur voegen, per direct dienen te worden doodgeschoten’!. Als ik ooit aan de macht zou komen wil ik een klopjacht die ervoor zorgt dat jullie je nergens veilig voelen. Bij ontdekking gelijk onthoofden!", zoals dat is tenlastegelegd. De heer Azarkan heeft zich blijkens de aangifte door de inhoud ernstig bedreigd gevoeld en vreesde dat de verzender hem daadwerkelijk om het leven zou brengen.
Gezien het moment waarop het e-mailbericht is verzonden, met "Azarkan" als onderwerp en de tenlastegelegde inhoud van het e-mailbericht, dat van uitroeptekens is voorzien, bezien tegen de achtergrond van de tekst in zijn geheel, is het hof van oordeel dat het bericht bij Azarkan ook de redelijke vrees kon doen ontstaan voor een jegens hem te plegen misdrijf tegen het leven, en dat de verdachte daarop het opzet heeft gehad, in die zin dat hij minst genomen bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de heer Azarkan zich hierdoor bedreigd zou voelen. Dat Azarkan zijn e-mail van 12 november 2020 'slechts' als uiting van onbeheerste woede of frustratie had moeten opvatten, vindt geen steun in de tekst en evenmin in de context van de, gebeurtenis - de moord op Paty en het Kamerdebat - zoals die uit het voorgaande blijkt en die het bedreigende karakter van het bericht juist kracht heeft bijgezet.
Dat de verdachte de slotzinnen begint met "Mijn mening is” en dat hij heeft toegelicht dat hij de uitvoering niet zelf ter hand zou nemen maar dat de uitvoering door justitie zou moeten gebeuren, doet - anders dan de verdachte heeft betoogd - aan het bedreigende karakter van het bericht evenmin af. Een mening kan immers met een bedreiging gepaard gaan. Voor een veroordeling ter zake van bedreiging is ook niet vereist dat is bedreigd met een door de verdachte zelf te plegen misdrijf.
Het hof is derhalve van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte de heer Azarkan heeft bedreigd met een misdrijf tegen het leven gericht door middel van de tenlastegelegde uitlating "
Mijn mening is dat alle Islamieten die zich niet in de westerse cultuur voegen, per direct dienen te worden doodgeschoten!! Als ik ooit aan de macht zou komen wil ik een klopjacht die er voor zorgt dat jullie je nergens veilig voelen. Bij ontdekking gelijk onthoofden!".
De tenlastegelegde bedreiging van andere leden/medewerkers van de politieke partij DENK acht het hof niet wettigden overtuigend bewezen, zodat de verdachte in zoverre van het tenlastegelegde zal worden vrijgesproken.”

3.Het middel

3.1
Het middel bevat de klacht dat de bewezenverklaarde bedreiging onvoldoende met redenen is omkleed.
3.2
Voor de beoordeling van deze klacht is van belang, dat voor een veroordeling wegens bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is vereist dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreiging en de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen en dat het opzet van de verdachte daarop was gericht. Verder moet het (voorwaardelijk) opzet van de verdachte zijn gericht op zowel (het daadwerkelijk op de hoogte raken van de bedreiging door de bedreigde als op het ontstaan van die vrees bij de bedreigde. [1] De bedreiging kan de bedreigde ook op indirecte wijze bereiken. [2] De aard van een uitlating kan op zichzelf voldoende zijn om bij de bedreigde in redelijkheid de vrees te doen ontstaan dat de bedreiging ten uitvoer zou kunnen worden gelegd, tenzij overduidelijk sprake is van satirisch bedoelde scherts of beeldspraak. [3] Wanneer de bewoordingen onvoldoende duidelijk zijn, komt betekenis toe aan de omstandigheden waaronder de uiting heeft plaatsgevonden. [4] Het enkele feit dat de woorden zijn geuit in een bepaalde gemoedstoestand rechtvaardigen nog niet de gevolgtrekking dat sprake is van een bedreiging. [5] Ook de context waarin op zichzelf evident bedreigende uitlatingen zijn gedaan, kan een bedreiging ongeloofwaardig maken. [6]
3.3
Dan kom ik nu terug op de zaak. Het hof heeft geoordeeld dat Azarkan op de hoogte is geraakt van de bedreiging en dat de verdachte minst genomen voorwaardelijk opzet heeft gehad dat het e-mailbericht Azarkan zou bereiken. Hiertegen richt het middel zich niet.
3.4
Wel wordt in cassatie het oordeel van het hof dat de bedreiging van Azarkan van dien aard was en onder zodanige omstandigheden heeft plaatsgevonden dat bij hem in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen en dat de verdachte het (voorwaardelijk) opzet daarop heeft gehad, ter discussie gesteld. Dit oordeel is volgens de stellers van het middel niet zonder meer begrijpelijk, mede gelet op hetgeen door en namens de verdachte in hoger beroep is aangevoerd.
3.5
Het betoog van de stellers van het middel komt er, volgens hun eigen samenvatting, in de kern op neer dat door de algemene bewoordingen van het e-mailbericht, die zien op een onwaarschijnlijke situatie (te weten dat de verdachte “aan de macht zou komen”) en de fysieke afstand tussen verdachte en Azarkan, bij Azarkan niet de vrees kon ontstaan dat hij het leven zou verliezen. Evenmin kan gelet op deze omstandigheden en het feit dat de verdachte het bericht in een emotionele staat (boosheid) heeft verstuurd, het (voorwaardelijk) opzet hierop worden bewezen.
3.6
Afgezien van het feit dat fysieke nabijheid geen vereiste is voor de bewezenverklaring van bedreiging als bedoeld in art. 285 Sr Pro (zie 3.2 hiervoor), is het op zichzelf juist dat algemene uitlatingen die niet specifiek op een persoon zijn gericht en niet realistisch zijn of die worden gedaan in een bepaalde gemoedstoestand niet zonder meer als een bedreiging kunnen worden gekwalificeerd. [7]
3.7
In onderhavige zaak heeft het hof mijns inziens echter wel kunnen oordelen dat het niet slechts om algemene, niet persoonsgerichte, uitlatingen gaat. Het hof heeft immers vastgesteld dat de verdachte in het e-mailbericht niet mis te verstane woorden heeft gebruikt die zijn gericht op een bedreiging met de dood (dood schieten en onthoofden) en dat de naam van Azarkan in de onderwerpregel van het emailbericht staat. Daaruit heeft het hof, in mijn ogen niet onbegrijpelijk, afgeleid dat de verdachte op zijn minst genomen voorwaardelijk opzet heeft gehad om met de in het e-mailbericht geuite bewoordingen Azarkan te bedreigen. Daar komt de – niet onbelangrijke – overweging van het hof bij, dat de verdachte het e-mailbericht heeft verzonden op 12 november 2020, zijnde de dag van een debat in de Tweede Kamer waarin onder meer werd gesproken over de moord eerder dat jaar op Samuel Paty - een Franse leraar geschiedenis - naar aanleiding van het tonen van Mohammed-cartoons in een les. Tijdens dit debat liepen de gemoederen hoog op en lag Azarkan onder vuur vanwege uitlatingen die hij in dit verband heeft gedaan. De verdachte heeft verklaard dat hij naar aanleiding van de door Azarkan tijdens dit debat gedane uitlatingen uit boosheid het e-mailbericht heeft gestuurd. Het hof heeft benadrukt dat in de context van het debat in de Tweede Kamer over de moord op Paty, de uitlatingen van de verdachte niet ‘slechts’ kunnen worden opgevat als een uiting van onbeheerste woede of frustratie. Integendeel: deze achtergrond heeft, zoals het hof heeft overwogen, het bedreigende karakter in de richting van Azarkan juist kracht bijgezet. [8]
3.8
Gelet op deze omstandigheden in onderlinge samenhang bezien heeft het hof niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd kunnen oordelen dat de bedreiging van dien aard was en onder zodanige omstandigheden heeft plaatsgevonden dat bij Azarkan in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen en dat de verdachte op zijn minst genomen de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat die vrees bij Azarkan kon ontstaan. Het enkele feit dat de verdachte zijn slotzin is begonnen met “mijn mening is” doet niet af aan het voorgaande. Een mening kan ook met een bedreiging gepaard gaan en voor een veroordeling ter zake bedreiging is niet vereist dat de opzet van de verdachte ook is gericht op het ten uitvoer leggen van de bedreiging. [9]
3.9
Het middel faalt.

4.Conclusie

5. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81 lid 1 RO Pro ontleende motivering.
5.1
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
5.2
Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Dit beoordelingskader volgt onder andere uit: HR 7 juni 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT3659; HR 7 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2916; HR 22 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW6181, NJ 2012/502, m. nt. J.M. Reijntjes; HR 11 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX4474 en HR 24 januari 2023, ECLI:NL:HR:2023:84.
2.Kern van de strafbaarstelling in artikel 285 Sr Pro is immers dat een ander vrees wordt aangejaagd, zie mijn conclusie voorafgaand aan HR 8 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:836, randnr. 3.2 en bijv. HR 7 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2916 waarin de verdachte via Twitter politicus Wilders heeft bedreigd met de woorden “
3.Vgl. de conclusie van AG Knigge voorafgaand aan HR 18 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV4824, NJ 2006/397, m.nt. Buruma, randnr. 13.
4.Zie voor een overzicht van grensgevallen de conclusie van AG Harteveld voorafgaand aan HR 20 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:245,
5.Vgl. HR 20 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:245 waarbij de verdachte tegen politieambtenaren zei "
6.Vgl. HR 28 maart 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV4191 waarin de HR oordeelde dat uit de bewijsmiddelen niet viel af te leiden dat de tegen een politieman geuite bedreiging ("
7.Zie onder 3.3. Door de steller van het middel wordt in dit verband gewezen op HR 18 januari 2005, NJ 2005/145, waarin aan de verdachte ten laste was gelegd dat hij de agenten X en Y had bedreigd met een levensdelict, door aan hen toe te voegen de woorden: “
8.Vgl.: HR 25 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO4022, NJ 2011/226 m.nt. N. Keijzer betreffende een telefonische bedreiging aan de redactrice van een tv-programma gericht tegen PvdA-lijsttrekker Bos. De in de bewezenverklaring omschreven uitlatingen van de verdachte (deze beweerde een broer van Osama bin Laden te zijn en deelde mede dat hij de politicus W ‘wat zou aandoen’) leverden, bezien in de door het hof vastgestelde context (de verdachte had gereageerd op een door hem kennelijk als racistisch begrepen opmerking, gemaakt door deze politicus die dikwijls in de openbaarheid trad), een bedreiging met zware mishandeling van W. Bos op; HR 11 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX4474.
9.HR 5 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1106.