ECLI:NL:PHR:2006:AV6047
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vervanging mentor op verzoek van betrokkene wegens verstoorde vertrouwensrelatie
Betrokkene, opgenomen in een GGZ-instelling, verzocht de kantonrechter om haar zus als mentor te benoemen in plaats van haar broer, die aanvankelijk tot mentor en bewindvoerder was benoemd. Betrokkene stelde dat de broer geen positieve bijdrage leverde aan haar herstel en het mentorschap misbruikte, terwijl de bewindvoering naar behoren werd uitgevoerd.
De rechtbank verleende ontslag aan de broer als mentor en benoemde de zus. Het hof bekrachtigde deze beslissing, waarbij het belang van betrokkene en de verstoorde communicatie tussen broer en behandelaars zwaar wogen. De broer voerde verweer dat mentorschap en bewindvoering niet gescheiden mochten worden, maar het hof achtte scheiding in dit geval beter.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de broer, oordelend dat het hof de belangen van betrokkene en de vertrouwensrelatie terecht heeft meegewogen. De motiveringen van het hof waren voldoende en het verzoek tot vervanging van de mentor was gegrond op gewichtige redenen, waaronder het ontbreken van vertrouwen en de wens van betrokkene.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de broer wordt verworpen; de benoeming van de zus als mentor blijft in stand.