Conclusie
2.Ontvankelijkheid
3.Bespreking van het cassatiemiddel
subonderdelen 1aen
1c(
subonderdeel 1bbevat geen klacht, maar enkel een betoog), samengevat, dat het hof in rov. 14 blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, omdat het zijn beslissing tot ontslag van de curatoren met benoeming van een vervangende curator heeft doen steunen op gronden die niet zijn te ontlenen aan het bepaalde in art. 1:385 lid 1 onder Pro d BW, maar op een eigen gedachtegang, buiten de rechtsstrijd van partijen, die de gegeven beslissing niet kan dragen.