ECLI:NL:PHR:2006:AZ3169
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Interpretatie van het werkgeversbegrip in belastingverdragen bij uitzending van personeel binnen concernverband
Deze procedure betreft de interpretatie van het werkgeversbegrip in oude belastingverdragen tussen Nederland en Denemarken (1957/1966) en Nederland en Duitsland (1959, gewijzigd 1980 en 1991) met betrekking tot de heffing van inkomstenbelasting over werkzaamheden van een werknemer die binnen een concern werd uitgezonden.
De belanghebbende was in dienst bij een Nederlandse dochtervennootschap van een Amerikaans olieconcern en werkte in 1995 en 1996 respectievelijk 34 en 20 dagen in Denemarken, waarbij zijn salaris door de Nederlandse vennootschap werd betaald. Voor zijn werkzaamheden in Duitsland in 1999 gold een soortgelijke situatie. De Nederlandse belastingdienst weigerde aftrek ter voorkoming van dubbele belasting voor de in Denemarken en Duitsland verrichte werkzaamheden.
Het Hof oordeelde dat de werkzaamheden in Denemarken niet voor de Deense vennootschap, maar voor de Nederlandse vennootschap werden verricht, mede gelet op de arbeidsrelatie, salarisbetaling en de intercompany contracten. Hierdoor was Nederland heffingsbevoegd en was er geen recht op aftrek voor dubbele belasting. In de Duitse zaak oordeelde het Hof dat de Duitse zustermaatschappij als werkgever moest worden aangemerkt, waardoor Duitsland heffingsrecht heeft en Nederland aftrek moet verlenen.
De zaak bevat uitgebreide beschouwingen over de interpretatie van het begrip 'werkgever' in belastingverdragen, waarbij het formele werkgeversbegrip wordt afgezet tegen een materiële benadering die kijkt naar gezagsverhouding, risico, instructiebevoegdheid en economische drager van de loonkosten. Tevens wordt ingegaan op het OESO-modelverdrag en commentaar, jurisprudentie van de Hoge Raad en buitenlandse rechtspraak, en de problematiek van internationale uitzendingen binnen concernverband.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de werkzaamheden in Denemarken voor de Nederlandse vennootschap zijn verricht, waardoor Nederland heffingsrecht heeft en geen aftrek ter voorkoming van dubbele belasting wordt verleend.