ECLI:NL:PHR:2007:AY6714
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontnemingsuitspraak wegens onduidelijkheid over wederrechtelijk verkregen voordeel bij voorwetenschap en koersmanipulatie
In deze zaak staat de ontnemingsmaatregel centraal die is opgelegd aan verzoeker wegens vermeend wederrechtelijk verkregen voordeel uit effectenhandel met voorwetenschap en koersmanipulatie. Het hof had het voordeel geschat op basis van twee feiten die in de hoofdzaak waren bewezen verklaard, maar de Hoge Raad constateert dat één van deze feiten door de Hoge Raad zelf is vrijgesproken, waardoor deze niet meer als grondslag kan dienen.
Het hof had aangenomen dat de verspreiding van leugenachtige berichten de koers van het aandeel beïnvloedde, maar erkende ook dat dit nog geen daadwerkelijke koersbeïnvloeding had veroorzaakt. Hierdoor is de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel zonder nadere motivering onbegrijpelijk. De Hoge Raad benadrukt dat de ontnemingsuitspraak niet afhankelijk mag zijn van onherroepelijke veroordelingen, maar dat de wettelijke regeling voorziet in verval van de maatregel indien de strafzaak geen veroordeling oplevert.
Daarnaast is er discussie over de wijze van berekening van het voordeel, waarbij het hof uitgaat van de daadwerkelijke verkoopopbrengst minus aanschafkosten en transactiekosten. Verzoeker betoogt dat deze methode ongeschikt is omdat aandelenhandel op zichzelf legaal is en het voordeel anders berekend moet worden. De Hoge Raad stelt dat het hof een op de situatie toegespitste berekeningswijze mag hanteren en dat de met voorwetenschap verworven aandelen als instrumenten van onrechtmatige vermogenswinst kunnen worden beschouwd.
Verder is er een gemotiveerd verweer van verzoeker dat de koersstijging mede veroorzaakt is door aanstaande publicatie van kwartaalcijfers, wat het causaal verband tussen zijn handelen en de koersontwikkeling zou doorbreken. De Hoge Raad oordeelt dat dit verweer een afzonderlijke, met redenen omklede beslissing vereist die ontbreekt, waardoor de uitspraak niet in stand kan blijven.
Gelet op deze punten vernietigt de Hoge Raad de ontnemingsuitspraak en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting in hoger beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de ontnemingsuitspraak en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onduidelijkheid over het wederrechtelijk verkregen voordeel.