ECLI:NL:HR:2007:AY6713
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van voorwetenschap bij handelen met leugenachtige berichten op effectenmarkt
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld voor het verspreiden van leugenachtige berichten om de koers van aandelen te beïnvloeden en voor het handelen met voorwetenschap in strijd met de Wet toezicht effectenverkeer 1995. Het hof had vastgesteld dat verdachte via internetforums valse berichten verspreidde en tegelijkertijd tegengestelde transacties verrichtte om de koers van het aandeel [A] N.V. te manipuleren. Daarnaast werd verdachte veroordeeld voor het verrichten van transacties terwijl hij beschikte over niet-openbare bijzonderheden die de koers konden beïnvloeden.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het verspreiden van onvolledige informatie die een onjuiste voorstelling van zaken geeft, kan worden aangemerkt als het verspreiden van leugenachtige berichten ex art. 334 Sr Pro. Wat betreft het handelen met voorwetenschap stelt de Hoge Raad dat wetenschap over eigen voorgenomen transacties niet als voorwetenschap in de zin van art. 46 (oud) Wte 1995 geldt. Omdat de verdachte de bijzonderheden zelf heeft gecreëerd, betreft zijn wetenschap eigen voornemens en is er geen sprake van verboden handelen met voorwetenschap.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof uitsluitend voor het onderdeel van het handelen met voorwetenschap en de strafoplegging daaromtrent. De zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting van de straf voor het eerste feit. De Hoge Raad spreekt verdachte vrij van het tweede feit en bevestigt verder het arrest. Hiermee wordt het belang van een juiste interpretatie van het begrip voorwetenschap onderstreept en wordt voorkomen dat eigen voorgenomen transacties onder dit begrip vallen.
Uitkomst: De Hoge Raad spreekt verdachte vrij van het handelen met voorwetenschap en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting van het verspreiden van leugenachtige berichten.