ECLI:NL:PHR:2007:AZ5473
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplegen en voorwaardelijk opzet bij schietincident in Muiderberg
Op 3 april 2004 vond in Muiderberg een schietincident plaats waarbij vijf personen werden beschoten, drie van hen raakten gewond. Verdachte en zijn zoon waren nauw betrokken; verdachte verschafte het vuurwapen, gaf instructies en ging mee naar de plek van de schietpartij. De zoon voerde het schieten uit, waarbij hij doelgericht op de slachtoffers schoot.
Het hof Amsterdam oordeelde dat verdachte en zijn zoon met voorbedachten rade handelden en veroordeelde hen voor medeplegen van poging tot moord en het illegaal gebruik van wapens. De Hoge Raad behandelde in cassatie diverse middelen, waaronder de verwijzing van het hof naar verklaringen van de zoon in diens eigen zaak, en de motivering van het voorwaardelijk opzet.
De Hoge Raad verwierp de middelen, oordeelde dat het hof de bewijsvoering voldoende had gemotiveerd, en dat de verwijzingen naar verklaringen van de zoon in diens eigen zaak niet tot vernietiging leiden omdat deze overbodig waren. Ook het verweer dat de instructie "trekken is schieten" anders uitgelegd moest worden, faalde. De civiele vorderingen van de benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard omdat de omvang van de schade niet eenvoudig in het strafproces kon worden vastgesteld.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen van poging tot moord en illegaal wapengebruik.