ECLI:NL:PHR:2007:AZ7620
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen tussenvonnis in zaak beroepsaansprakelijkheid advocaat
De zaak betreft een cliënt die door een derde werd mishandeld en letselschade opliep. De cliënt gaf een advocaat opdracht om de schade te verhalen, maar de advocaat verzuimde de verjaring tijdig te stuiten. De cliënt stelde de advocaat aansprakelijk voor deze beroepsfout en vorderde schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde in een tussenvonnis dat de advocaat een beroepsfout had gemaakt door de verjaring niet te stuiten. Voor de verdere beoordeling van de schade moest nader onderzoek plaatsvinden. Tegen dit tussenvonnis kon hoger beroep worden ingesteld, wat ook gebeurde.
Het hof bekrachtigde het tussenvonnis en verwees de zaak terug naar de rechtbank. De advocaat stelde vervolgens cassatieberoep in tegen dit tussenarrest. De Hoge Raad oordeelde dat dit cassatieberoep niet-ontvankelijk is omdat tussentijds cassatieberoep alleen is toegestaan met toestemming van het hof, die hier niet was verleend. Het cassatieberoep moest daarom worden afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de advocaat tegen het tussenarrest is niet-ontvankelijk verklaard.