ECLI:NL:PHR:2007:AZ8744

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
27 april 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C06/091HR
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 85 lid 2 RvArt. 401a lid 2 RvArt. 75 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen tussenarrest in invorderingszaak

In deze invorderingszaak heeft eiser cassatieberoep ingesteld tegen een tussenarrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Dit tussenarrest betrof de afwijzing van een incidentele vordering tot inzage in een origineel stuk. De Hoge Raad overweegt dat het bestreden arrest een tussenarrest is in de zin van art. 401a lid 2 Rv, omdat het geen eindbeslissing inhoudt over enig deel van het geschil.

Volgens art. 401a lid 2 Rv is tussentijds cassatieberoep tegen een tussenarrest uitgesloten, tenzij de rechter anders beslist of art. 75 lid 1 Rv Pro van toepassing is. In deze zaak heeft het hof het verzoek tot tussentijds cassatieberoep afgewezen en is art. 75 lid 1 Rv Pro niet van toepassing.

Daarom kan eiser niet in cassatie worden ontvangen en wordt het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard. Dit arrest bevestigt de restrictieve toepassing van tussentijds cassatieberoep bij tussenarresten.

Uitkomst: Het cassatieberoep tegen het tussenarrest wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Conclusie

Rolnr. C06/091HR
Mr L. Strikwerda
Zt. 16 febr. 2007
conclusie inzake
[Eiser]
tegen
De Ontvanger van de Belastingdienst Oost-Brabant/kantoor Eindhoven
Edelhoogachtbaar College,
1. Het tijdig ingestelde cassatieberoep is gericht tegen het tussen thans eiser tot cassatie, hierna: [eiser], als principaal appellant en thans verweerder in cassatie, hierna: de Ontvanger, als principaal geïntimeerde gewezen arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 14 maart 2006, waarbij de door [eiser] ingestelde incidentele vordering ex art. 85 lid 2 Rv Pro tot het verlenen van inzage in het originele exemplaar van een door de Ontvanger in afschrift overgelegd stuk, is afgewezen en in de hoofdzaak de zaak is verwezen naar de rol voor beraad partijen.
2. Het bestreden arrest is een tussenarrest als bedoeld in art. 401a lid 2 Rv, aangezien het niet een beslissing inhoudt die is aan te merken als een beslissing waarmee aan het geding omtrent enig deel van het door [eiser] in conventie of door de Ontvanger in reconventie gevorderde een einde wordt gemaakt. Zie o.m. HR 10 oktober 2003, NJ 2003, 709, HR 9 juli 2004, NJ 2005, 256 nt. HJS, HR 4 februari 2005, NJ 2005, 142, en HR 17 maart 2006, RvdW 2006, 289.
3. Tussentijds cassatieberoep van een tussenarrest is ingevolge art. 401a lid 2 Rv uitgesloten, tenzij de rechter anders heeft bepaald of art. 75 lid 1 Rv Pro van toepassing is. Noch het één, noch het ander is hier het geval. Het hof heeft bij uitspraak van 18 juli 2006 op het verzoek van [eiser] om tussentijds cassatieberoep tegen het thans bestreden arrest toe te staan, afwijzend beslist, en art. 75 lid 1 Rv Pro is in deze zaak niet van toepassing.
4. [Eiser] kan in zijn cassatieberoep derhalve niet worden ontvangen.
De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden