ECLI:NL:PHR:2007:BB9237
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt faillissement Stichting W.I.A. 1991 wegens opgehouden te betalen
In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van Stichting W.I.A. 1991 verworpen tegen het arrest van het hof dat het faillissement van de stichting bevestigde. Het faillissementsverzoek was gebaseerd op de stelling dat WIA was opgehouden te betalen, onderbouwd met onbetaalde vorderingen van verweerders en andere schulden.
De rechtbank had het faillissement toegewezen, en het hof bekrachtigde dit oordeel na een inhoudelijk verweer van WIA in appel. Het hof oordeelde dat er sprake was van meerdere onbetaalde schulden en dat WIA niet in staat was haar verplichtingen na te komen. Het cassatieberoep richtte zich onder meer op het vermeende belang van verweerders bij het faillissement, de waardering van processtukken door het hof, en de vermeende belangenverstrengeling van de curator.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de feiten naar behoren had gewogen en dat de klachten over motivering en belangenverstrengeling ongegrond waren. Het hof had terecht geoordeeld dat het faillissement kon worden uitgesproken en dat de curator niet hoefde te worden vervangen. De klachten over vermeende schending van het fair trial-beginsel en het gebruik van feitelijke gronden die niet door partijen waren aangevoerd, werden eveneens verworpen.
De Hoge Raad concludeert dat het faillissement terecht is verklaard en dat het cassatieberoep moet worden verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Stichting W.I.A. 1991 is verworpen en het faillissement bevestigd.