ECLI:NL:PHR:2009:BH2619
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Werkgeversaansprakelijkheid voor burn-out werknemer wegens hoge werkdruk en gebrek aan steun
De zaak betreft een werknemer die na jarenlange hoge werkdruk en gebrek aan adequate steun bij Dow Benelux B.V. een burn-out ontwikkelde. Eiser stelde Dow aansprakelijk op grond van artikel 7:658 BW Pro en subsidiair artikel 7:611 BW Pro wegens het niet treffen van voldoende maatregelen ter voorkoming van psychisch letsel.
De rechtbank en het hof oordeelden dat hoewel de burn-out klachten door stress zijn veroorzaakt, eiser onvoldoende concreet heeft gesteld dat Dow bekend was of had moeten zijn met zijn langdurige overbelasting. Eiser had weliswaar klachten geuit, maar niet op een wijze die een kenbaar risico voor Dow opleverde. Dow had bovendien een laag ziekteverzuim en een erkend stresspreventiebeleid.
De Hoge Raad bevestigt dat psychisch letsel onder artikel 7:658 BW Pro valt en dat er een causaal verband moet zijn tussen werk en schade. De werkgever moet maatregelen treffen bij een kenbaar risico op overbelasting. In deze zaak was dat niet het geval. De Hoge Raad wijst ook op het belang van maatwerk en terughoudendheid bij het aannemen van werkgeversaansprakelijkheid voor burn-out, mede vanwege de economische en maatschappelijke gevolgen.
De vordering van eiser wordt verworpen. De Hoge Raad benadrukt dat de zorgplicht van de werkgever niet betekent dat deze zonder duidelijke signalen proactief moet optreden. Ook wijst de Hoge Raad op het belang van andere rechtsmiddelen zoals naleving van arbeidsomstandighedenwetgeving en toezicht door toezichthouders.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt dat Dow niet aansprakelijk is voor de burn-out van de werknemer wegens onvoldoende kenbaarheid van overbelasting.