ECLI:NL:PHR:2009:BJ3254
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid kosten bij ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel hennepteelt
De zaak betreft de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel door een veroordeelde die betrokken was bij de diefstal van elektriciteit en het telen van hennep. Het Hof had het voordeel geschat op €16.468,- na aftrek van bepaalde kosten, waaronder afschrijving van investeringen, variabele kosten en huisvestingskosten. De verdediging voerde aan dat ook kosten voor het herstellen van de energietoevoer en administratiekosten in mindering gebracht moesten worden.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof terecht heeft geoordeeld dat de elektriciteitskosten niet in mindering konden worden gebracht omdat deze elektriciteit was gestolen en de kosten reeds via een onherroepelijke veroordeling tot schadevergoeding aan de benadeelde partij waren verrekend. Daarnaast zijn de herstelkosten van de energietoevoer niet in directe relatie tot het delict, aangezien deze kosten voortvloeien uit het herstel door het energiebedrijf en niet direct noodzakelijk waren voor de voltooiing van het delict.
De Hoge Raad benadrukt dat voor aftrek van kosten een directe relatie met het delict moet bestaan en dat kosten die gemaakt zijn om opsporing te bemoeilijken niet automatisch aftrekbaar zijn. Het ontbreken van een nadere motivering door het Hof leidt niet tot nietigheid van de uitspraak. De middelen van cassatie worden verworpen en het arrest van het Hof blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat herstelkosten van de energietoevoer niet in mindering mogen worden gebracht op het wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt.