ECLI:NL:PHR:2011:BP3820
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering afwijzing getuigenverzoek
De verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld wegens wederrechtelijk binnendringen en kreeg een taakstraf opgelegd. In hoger beroep verzocht de raadsman om het horen van elf getuigen, waaronder medeverdachten, vanwege tegenstrijdigheden in verklaringen. Het Hof wees dit verzoek af met de motivering dat de noodzaak niet was gebleken, zonder nadere toelichting.
De raadsman stelde in cassatie dat deze afwijzing onvoldoende was gemotiveerd. De Hoge Raad overwoog dat op grond van artikel 330 Sv Pro in verbinding met artikel 415 Sv Pro een gemotiveerde beslissing vereist is en dat de maatstaf voor het horen van getuigen is of de noodzaak daarvan redelijkerwijs is gebleken. Gelet op de toelichting van het verzoek en het belang van de getuigenverklaringen voor de bewijsvoering, kon het Hof niet volstaan met een enkele motivering.
De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het Hof zonder nadere motivering niet begrijpelijk is en vernietigde het arrest. De zaak werd terugverwezen naar het Hof te 's-Gravenhage voor hernieuwde behandeling. De Hoge Raad merkte op dat de redelijke termijn in cassatie overschreden zal worden, maar dat dit bij de nieuwe behandeling kan worden besproken.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering bij het afwijzen van getuigenverzoeken in strafzaken, vooral wanneer de getuigenverklaringen essentieel zijn voor de bewijsvoering.
Uitkomst: Arrest Hof vernietigd wegens onvoldoende motivering afwijzing getuigenverzoek; zaak terugverwezen voor hernieuwde behandeling.