ECLI:NL:HR:2008:BD3654
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing getuigenverzoek in hoger beroep wegens ontbreken noodzaak
In deze strafzaak heeft de verdachte hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de Politierechter. Tijdens het hoger beroep verzocht de raadsman van de verdachte om twee getuigen te horen die volgens hem konden verklaren dat de verdachte uit noodweer had gehandeld. Dit verzoek werd door het hof afgewezen op grond van het kennelijk noodzakelijkheidcriterium ontleend aan art. 418 lid 3 Sv Pro.
De verdediging voerde aan dat het verzoek niet eerder kon worden gedaan omdat het dossier pas laat beschikbaar was gesteld, waardoor het onmogelijk was om bij de appelschriftuur de getuigen op te geven. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie (HR LJN AZ1702) waarin is bepaald dat in gevallen van verkort vonnis of stempelvonnis het niet onredelijk kan zijn dat getuigen niet tijdig worden opgegeven.
Desondanks oordeelt de Hoge Raad dat de verdediging onvoldoende heeft onderbouwd waarom het verzoek niet binnen de termijn kon worden gedaan en dat het hof daarom terecht het verzoek heeft afgewezen. Het beroep in cassatie wordt verworpen, waarmee de beslissing van het hof stand houdt.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek om het horen van getuigen wordt afgewezen wegens ontbreken van noodzaak.