ECLI:NL:PHR:2011:BQ8086
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen bezit en eigendom door verjaring van ligplaats met woonschip
Eisers, eigenaren van een woonschip met ligplaatsvergunning, stelden dat zij door verjaring eigenaar waren geworden van het perceel grond en water waarop hun woonschip lag. De vergunning en het woonschip waren in 1980 overgedragen, waarna eisers het perceel langdurig gebruikten. Verweerders kochten later het perceel en vorderden ontruiming.
De rechtbank en het hof oordeelden dat eisers slechts een gebruiksrecht hadden verkregen, niet het bezit, omdat zij wisten dat het perceel eigendom was van een derde en zij het niet voor zichzelf hielden. Het hof stelde dat uiterlijke feiten en gedragingen niet ondubbelzinnig wezen op bezit voor zichzelf, en dat het bezit van de oorspronkelijke eigenaar niet was verloren gegaan.
De Hoge Raad bevestigt deze beoordeling en wijst erop dat bezit vereist dat de bezitter het goed voor zichzelf houdt met een duidelijke pretentie van eigendom, en dat de oorspronkelijke bezitter tijdig moet kunnen ingrijpen. Omdat eisers slechts een gebruiksrecht hadden en geen ondubbelzinnig bezit, konden zij geen beroep doen op verkrijgende of extinctieve verjaring. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Eisers hebben geen bezit en eigendom verkregen via verjaring; verweerders blijven eigenaar van het perceel.