Conclusie
[verdachte]
- het ging om een woninginbraak die was gepleegd in de nachtelijke uren, terwijl de bewoners in de woning lagen te slapen,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak stond de rechtmatigheid van een door de rechter-commissaris verleende machtiging tot het opnemen en afluisteren van telecommunicatie centraal, in het kader van een woninginbraak waarbij gestolen mobiele telefoons bij verdachte werden aangetroffen.
Verdachte werd door het Hof veroordeeld voor schuldheling, nadat in eerste aanleg vrijspraak was uitgesproken. Het verweer richtte zich op bewijsuitsluiting wegens vermeende onrechtmatigheid van de machtiging tot telefoontap, omdat volgens verdachte niet was voldaan aan het criterium van een ernstige inbreuk op de rechtsorde zoals vereist in art. 126m lid 1 Sv.
Het Hof oordeelde dat ook één enkele woninginbraak, gepleegd in de nachtelijke uren via inklimming, een ernstige inbreuk op de rechtsorde kan opleveren, mede gelet op het belang van de veiligheid van bewoners en de woonomgeving. De inzet van de telefoontap was proportioneel en subsidiair, aangezien er geen andere mogelijkheid was om de gestolen telefoons te traceren.
De Hoge Raad bevestigt dat het Hof de juiste maatstaf heeft toegepast en dat het oordeel van het Hof niet onbegrijpelijk is. Tevens benadrukt de Hoge Raad dat bewijsuitsluiting op grond van art. 359a Sv slechts aan de orde kan komen bij schending van een belangrijk strafvorderlijk voorschrift in aanzienlijke mate, wat hier niet het geval is. Het cassatiemiddel faalt en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de machtiging tot telefoontap was rechtmatig en bewijsuitsluiting wordt afgewezen.