ECLI:NL:PHR:2012:BU4275
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling investeringskosten bij ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel in hennepkwekerijzaak
Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft betrokkene veroordeeld tot ontneming van € 8.000,- als wederrechtelijk verkregen voordeel uit medeplegen van een hennepkwekerij. Betrokkene stelde dat investeringskosten van € 15.000,- volledig in aftrek moesten komen vanwege het reparatoire karakter van de ontnemingsmaatregel.
De verdediging voerde aan dat het hof ten onrechte slechts een afschrijving van € 350,- in mindering bracht en onvoldoende op dit gemotiveerde standpunt reageerde. Het hof stelde dat alleen werkelijk gemaakte kosten in directe relatie tot het delict aftrekbaar zijn en bracht een gangbare afschrijving in mindering.
De Hoge Raad overwoog dat de wetgever de rechter grote vrijheid geeft bij het al dan niet en in welke mate rekening houden met kosten. Een gemotiveerd en gespecificeerd verweer is vereist om kosten in aftrek te brengen. De enkele opgave van € 15.000,- was onvoldoende onderbouwd. Het hof heeft het verweer terecht verworpen met voldoende motivering.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn in cassatie met negen maanden, maar achtte dit niet reden voor vernietiging. Het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.