ECLI:NL:PHR:2012:BU5834
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep inzake beklag over teruggave inbeslaggenomen geld en rente
In deze zaak heeft klager cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de Rechtbank 's-Hertogenbosch die hem niet-ontvankelijk verklaarde in zijn klaagschrift tot teruggave van inbeslaggenomen geldbedragen vermeerderd met wettelijke rente. De rechtbank had in een strafzaak reeds beslist tot teruggave van de geldbedragen, waardoor het klaagschrift geen ander resultaat meer kon opleveren. De Hoge Raad bevestigt dat na een dergelijke beslissing geen belang meer bestaat bij het klaagschrift en verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk.
Daarnaast werd geklaagd over het uitblijven van wettelijke rentevergoeding over de inbeslaggenomen gelden. De Hoge Raad oordeelt dat art. 552a Sv niet voorziet in een recht op wettelijke rente en dat hierover geen beklag kan worden gedaan in deze procedure. De vergoeding van rente is geregeld in de Aanwijzing ontneming, waarbij het Openbaar Ministerie sinds 1998 rente vergoedt volgens het heffingsrentepercentage. De Hoge Raad maakt onderscheid tussen feitelijk gekweekte rente en wettelijke rente, waarbij alleen de eerstgenoemde onder het beklag kan vallen, maar pas nadat de gelden zijn teruggegeven.
De Hoge Raad benadrukt dat het verzoek tot rentevergoeding in het klaagschrift niet ontvankelijk is omdat art. 552a Sv geen grondslag biedt voor een dergelijke vordering. Ook het verzoek tot verklaring van onrechtmatigheid van het beslag kan niet via art. 552a Sv worden ingesteld. De Hoge Raad sluit daarmee aan bij eerdere jurisprudentie en bevestigt dat de klager in deze beklagprocedure niet-ontvankelijk is.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de rechtbank reeds heeft beslist tot teruggave van de inbeslaggenomen gelden.