ECLI:NL:PHR:2012:BU5840
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid klaagschrift inzake teruggave inbeslaggenomen geld en rentevergoeding
In deze beklagprocedure heeft klaagster een klaagschrift ingediend tegen de inbeslagname van geldbedragen in een strafzaak tegen haar directeur. Zij vorderde teruggave van deze bedragen vermeerderd met wettelijke rente. De Rechtbank verklaarde het klaagschrift niet-ontvankelijk omdat in de strafzaak reeds is beslist tot teruggave van de gelden, waardoor geen belang meer bestond bij het klaagschrift.
De Hoge Raad bevestigt dat nadat in de strafzaak een beslissing is genomen over de teruggave van inbeslaggenomen gelden, op het klaagschrift geen andere beslissing kan volgen dan niet-ontvankelijkheid. Ook het verzoek om wettelijke rente valt buiten de reikwijdte van art. 552a Sv, zodat de rechtbank terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
De Hoge Raad overweegt verder dat het recht op teruggave van rente slechts geldt voor de feitelijk tijdens het beslag gekweekte rente en niet voor wettelijke rente. De vergoeding van wettelijke rente is geregeld in de Aanwijzing ontneming en het Burgerlijk Wetboek, en kan niet via art. 552a Sv worden gevorderd. De beslissing tot teruggave van de geldbedragen in de strafzaak is nog niet onherroepelijk, maar dat doet niet af aan de niet-ontvankelijkheid van het klaagschrift.
Ten slotte benadrukt de Hoge Raad dat klachten over onrechtmatige bewaring of schade als gevolg van het niet op een rentedragende rekening plaatsen van het geld niet via art. 552a Sv kunnen worden ingediend, maar bij de burgerlijke rechter moeten worden voorgelegd.
Uitkomst: Klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar klaagschrift tot teruggave van inbeslaggenomen geldbedragen vermeerderd met wettelijke rente.